Mijn first class seat had ik iets overschat... Goed, hij kon ver achterover, maar dat ie op gezette tijden (als mijn buurvrouw bewoog) ook van links naar rechts schudde vond ik niet direct een pluspunt.
Maar goed, ook met heel veel heel korte slaapepisodes opgeteld heb je uiteindelijk wat langer geslapen, dus niet extreem vermoeid stond ik om 6.52u op het perron in Sydney. Na een douche in mijn hostel (direct naast het station, sjouwtechnisch een heel goede keus!) werd het geheel nog net iets frisser en fruitiger. Rondlopen geblazen! Natuurlijk eerst richting Sydney Harbour, een mooie, levendige baai met daaraan de beroemde Harbour Bridge (langste stalen brug met een boog), het historische stadsgedeelte, een best imposante skyline van het CBD (central business district), bootgebeuren, en The Opera House, u allen wel bekend van de plaatjes. Ik heb eerst op de brug en in het oude wijkje rondgelopen, met uitzicht op het opera house. Ik wilde nog geen voorbarige conclusies trekken, maar ik was niet direct heel enthousiast. Later, van dichtbij werd het niet veel anders. Bouwtechnisch is het een (jarenlang en) indrukwekkend verhaal, maar ik had het groter en daarmee imposanter verwacht. Verder dacht ik dat het spierwit zou zijn en in de zon fel zou oplichten, maar er zijn deels witte, deels lic htgele (ieuw!) tegeltjes gebruikt voor het dak. En het 'allerergste' was wel dat er veel jaren '80 bruin glas in het gebouw verwerkt is... Tja, dan moet de rest het wel heel goed compenseren, want dat vind ik zo lelijk! Dus nee, mijn favoriete gebouw is het niet. Maar, ik houd de optie nog open dat het aan het weer lag, want het was een miezerige, grijze dag. Geen zonnetje gezien om de boel wat op te leuken.
Hoe dan ook was het leuk om daar rond te lopen. Aan de overkant van de brug is ook een kleiner business district met hoogbouw, kleurrijke woonhuizen en natuur. Mooi.
's Avonds had ik afgesproken met een Schotse jongen die N via via kent. Hij woont sinds 11 jaar in Sydney en dat bevalt hem goed. Dus daar wilde hij wel wat over vertellen. Hij liet me de honderden vleermuizen zien die overdag volledig in het zicht (ik dacht dat die beesten van donker en verscholen hielden) in bomen in de botanische tuin slapen en 's avonds naar een ander park vliegen, zicht op het Opera House vanaf de andere kant (een laatste poging of ik niet toch onder de indruk raakte) met de brug als achtergrond, en wat leuke wijkjes waar de toerist niet de meeste tijd doorbrengt. Dit stond wel op mijn programma, maar t is leuker met iemand die er zelf woont. Interessante, veel verschillende Europese bouwstijlen te herkennen, hoe duurder de huizen/ligging, hoe gekker het werd!
Dus, dat was een gezellig en informatief intermezzo tussen al mijn solo-activiteiten.
De volgende dag ben ik naar Bondi Beach gegaan. Niet omdat het weer zo uitnodigend was, hoewel wel een stuk beter, maar omdat het strand- en surfleven belangrijk is in Sydney. Dat wilde ik wel zien. Uiteindelijk best lekker weer, en genoeg surf boys in het water om een indruk te krijgen van hoe het
In zijn werk gaat. Hoewel, ik weet niet of ik alles gezien heb, want er werd meer gedobberd dan gesurft en ik vraag me af of dat het leukste deel is. Ik zal het aan surffanaat S vragen als ik weer in Melbourne ben. Toen ik weer richting centrum ging (in 'the christmas bus'; de chauffeur had de bus helemaal versierd met glitters, kerstballen, nepsneeuw en opblaasbare kerstitems!) besloot de zon de stad ook te verlaten. Ik heb nog meer rondgelopen rond het centrum, maar dat was eigenlijk vrijwel steeds in de stromende regen, dus niet zo leuk. Na een tijdje heb ik me dus maar in een grote stoel in een cafe genesteld, om de laatste uurtjes tot de volgende nachttrein zou vertrekken te overbruggen.
Die trein was heel leeg, dus ik had twee stoelen voor mezelf. Dat leek me prettig, omdat je dan kunt liggen, maar toen ik na 1,5 uur zo'n 7 standjes (ligjes!) had geprobeerd en na 360 graden te zijn gedraaid weer terug was bij mijn startpositie, besefte ik dat twee stoelen ook niet de sleutel tot slaapsucces is. Jaloers kijk ik in alle wakkere momenten naar de mensen om me heen die uren in dezelfde positie stil liggen en lekker lijken te slapen. Het is niet eerlijk verdeeld op de wereld!
Nu nog twee dagen gezelligheid met N&S in Melbourne (zonder dat ik moet werken, tenzij ze nog wat opruimwerk van de trouwerij voor me hebben laten liggen!) en dan is mijn Australische avontuur voorbij!
Juist omdat ik geen uitgesproken interesse had in dit land, vind ik het leuk om nu een eerste indruk te hebben opgedaan van wat het in de aanbieding heeft. Dat is heel veel; heel indrukwekkende natuur en wild life, en vooral heel vriendelijke, leuke, positieve mensen. Australie is een prettige mix tussen amerika en europa, met als verschil dat ze alle vriendelijkheden hier wel lijken te menen, gewoon omdat ze een leuke tijd willen hebben, ze maken graag eenpraatje, in winkel, bus of waar dan ook. Het werkt! Heeeel groot contrast met Frankrijk (t blijft een blog over mijn ervaringen in frankrijk!); wat me daar blijft opvallen, dat ze niet begrijpen dat als je iets vrolijker en behulpzamer doet, iedereen een leukere dag heeft, valt me hier overal ten positieve op.
Het is een mooie trip geweest. Ik ben blij met wat ik had geboekt. Het was een efficient reisschema, maar haalbaar. Niet de sfeer/flexibiliteit die de meeste backpackers hier ervaren, waar ze langer blijven als ze willen en weg gaan als ze t gezien hebben, maar een goede eerste indruk! Aanbevelenswaardig!
donderdag 8 december 2011
maandag 5 december 2011
Part 5 _____nog een eiland
Vol goede moed dus weer om 6uur richting station, dit keer wel om opgehaald te worden. Met 9 man kropen we in een jeep, op kleine bankjes, nauwelijks beenruimte. Het zou nog avontuurlijker worden..
De reis (eerst 4,5 uur snelweg) ging naar Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. Heel bijzonder om te zien hoeveel verschillende natuurvormen zich in de loop der tijd (lang!) hier hebben ontwikkeld; gewoon bossig, stukje regenwoud, woestijnachtige zandheuvels, met uitzicht op de oceaan en zoetwatermeer, etc.
Je kunt alleen het eiland op met een 4wheel drive. Gelukkig was onze gids hem goed de baas. Overal zandwegen of op het strand waar je flink hard door moet rijden om niet vast te komen te zitten in het losse zand. Flink door elkaar geschud dus, een weekend lang! Ik kan daar de lol wel van in zien.
We reden rond op het eiland en stapten steeds ergens uit om weer een andere natuurvorm te bekijken. En we hebben gezwommen in de zoetwatermeertjes. Zwemmen in de oceaan is zoals op de meeste plekken sterk af te raden, dit keer niet zozeer ivm de dodelijke jelly fish/octopus, maar ivm haaien die graag op een mensje knabbelen. Dat soort info maakt een frisse duik voor mij heel wat minder uitnodigend!
Leuk, mooi weekend dus en gezellig met een Deens stel, een Zweeds stel (twee ex-profvoetballers: ik heb ze natuurlijk de oren van het hoofd gevraagd! Haha. Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan het bestaan van het Zweedse nationale damesvoetbal team denk. Hoe dan ook, leuke mensen), 2 Chinese meiden en 2 Chinese jongens.
Chinezen blijven me fascineren, verbazen. Ik kan me er niets bij voorstellen hoe het moet zijn om maar 25% te begrijpen van wat er gezegd wordt en dat niet erg te lijken te vinden (ook niet praktische info als hoe laat je weer terug moet zijn bij de bus...). En om een paar uur later zonder blikken of blozen weer hetzelfde gesprek te beginnen (ah, Sweden, is that your country? Is it in the Europe? Next year, i want to go to the Europe. I like Swiss skin product. Ah, is not Sweden? Are you in the Europe? Etc... Etc... Repeat all!). Het leek er even op dat een glaasje wijn bij de BBQ haar Engels deed verbeteren, maar toen het gesprek de volgende dag weer exact dezelfde richting op ging, bleek dat toch niet het geval. Je investeert even, met een flinke portie geduld, maar ik wil wel bekennen dat ik het minder interessant ga vinden nadat ik dit heb geobserveerd.
op de terugweg naar Brisbane had ik de bijrijdersstoel geconfisqueerd, dus toen niets dan leuke, soepele gesprekken met de gids.
Nu heb ik nog een paar uur in Brisbane, voordat ik op de bus en daarna nachttrein stap naar Sydney. Ik heb mezelf een luxe First Class seat gegund, om een goede nachtrust te faciliteren, zodat ik fit in Sydney kan rondbanjeren!
vrijdag 2 december 2011
Part 4___eilanden
Na een 'oefen'-busrit van 6 uur ging ik vanaf Townsville naar Magnetic island; een eiland van een paar vierkante kilometer groot, mooi rots- en heuvelachtig. Wie dacht dat hostels oude, vervallen panden zijn in de mindere straten van een stad, heeft het mis, want op Magnetic island lag mijn hostel half in een National Park. Dus, liggend in mijn houten tenthutje, werd ik gewekt door enthousiast gekwetter van menig tropische vogel (nee, echt, wat een geluid/herrie maken die beesten!). Best leuk!
De meeste mensen verkennen het eiland per skooter of golfkarretje, maar omdat ik me ervan bewust ben dat ik niet zo getalenteerd ben tav de gemotoriseerde sturen, verkoos ik de fiets. Dat bleek niet per se een heel goed idee. Ik noemde al dat het een heuvelachtig eiland was. Ik weet niet wat de sporters onder jullie vinden van 10-14% steiging, maar ik vond het irritant. niet alleen omdat het bloedheet was. Het neigde naar onverstandig. Goed, het was een leuke manier om een aantal vAn de 22 mooie baaien die het eiland rijk is te bekijken, maar ik was blij toen ik de fiets weer ingeleverd had, en in de schaduw onder een propellor kon gaan zitten, in een poging af te koelen. Achteraf snap ik dat ik geen enkele andere fietser ben tegen gekomen, en dat de hostelreceptie iemand anders raar aan keek toen hij vroeg naar fietsverhuur. Nou ja, anders had ik het eiland niet gezien en dat was de moeite waard (zeg ik nu de frustratie/oververhitting achter de rug is!). Mooi eilandje!
Na een lange busreis (19 uur met een uur vertraging) durf ik te zeggen dat ik een echte backpacker ben! Het viel me mee, het blijkt dat ik vaak genoeg wegzakte om het niet als een te frustrerende nacht te ervaren! Bonus! Een jaar busreizen met Up With People was niet genoeg om te leren (zittend) in de bus te slapen, maar nu lijk ik dan toch eindelijk besmet met wat we toen het MVS=moving vehicle syndrome noemden!
Hoewel, ik ben niet helemaal een backpacker; daarvoor trakteer ik mezelf te vaak op 1-persoons kamers. Nou ja, dan maar geen echte; het bevalt me wel!
Ik lees minder dan gedacht/gehoopt misschien. Vaak als ik denk dat ik ga lezen, blijken mijn ogen liever dicht te willen zijn. Ik zal wel ontspannen zijn (beetje raar!)!
Mijn grootste 'zorgen' lijken 'is mijn iPa/od opgeladen' en 'wanneer heb ik voor het laatst zonnebrand-creme op gedaan?' en 'heb ik nog wat fruit?' Da's nog eens te overzien!
Grappig: ik heb een Greyhound buskaart gekocht voor de afstand Cairns naar Brisbane, dat is 2000 km. Dat noemen ze een MINI traveller pass!
Nu even een vertraging in het efficiente schema, want een 3daagse tour naar Fraser eiland bleek gecancelled. Nu mag ik morgen mee voor een 2daagse tour. Ik kwam erachter toen ik vanochtend om 6.45uur netjes klaar stond na een wandeling van 40 min, maar er niemand kwam om me op te pikken... Voor niets om 5u op! Ook nog een chagrijnige vent aan de lijn omdat ik niet bereikbaar was (of omdat ik hem wakker belde?). Tja, als ze mijn aussie foonnr hadden genoteerd toen ik 2 dagen geleden bevestigde dat ik mee wilde... Nou ja, heb ik ten minste een australier ontmoet met een slecht humeur, dat maakt het allemaal wat realistischer!
Ook niet erg is dat ik nu wat meer tijd heb om Brisbane te bekijken, en gewoon even rond te struinen. Gistermiddag kwam ik aan, dus had ik daar ook wel tijd voor, maar de stromende regen was niet erg uitnodigend om doelloos rond te lopen en fotootjes te maken. Nu is het lekker weer, dus ondanks het besmettelijke chagrijn van de man vanochtend, komt het toch nog goed!
Morgen dus weer de wekker om 5uur, ik begin er bijna aan te wennen. Australiers zijn trouwens vroege vogels! Om 6 uur zijn er al veel sporters actief, later is het waarschijnlijk te warm. Moet je zin in hebben!
De meeste mensen verkennen het eiland per skooter of golfkarretje, maar omdat ik me ervan bewust ben dat ik niet zo getalenteerd ben tav de gemotoriseerde sturen, verkoos ik de fiets. Dat bleek niet per se een heel goed idee. Ik noemde al dat het een heuvelachtig eiland was. Ik weet niet wat de sporters onder jullie vinden van 10-14% steiging, maar ik vond het irritant. niet alleen omdat het bloedheet was. Het neigde naar onverstandig. Goed, het was een leuke manier om een aantal vAn de 22 mooie baaien die het eiland rijk is te bekijken, maar ik was blij toen ik de fiets weer ingeleverd had, en in de schaduw onder een propellor kon gaan zitten, in een poging af te koelen. Achteraf snap ik dat ik geen enkele andere fietser ben tegen gekomen, en dat de hostelreceptie iemand anders raar aan keek toen hij vroeg naar fietsverhuur. Nou ja, anders had ik het eiland niet gezien en dat was de moeite waard (zeg ik nu de frustratie/oververhitting achter de rug is!). Mooi eilandje!
Na een lange busreis (19 uur met een uur vertraging) durf ik te zeggen dat ik een echte backpacker ben! Het viel me mee, het blijkt dat ik vaak genoeg wegzakte om het niet als een te frustrerende nacht te ervaren! Bonus! Een jaar busreizen met Up With People was niet genoeg om te leren (zittend) in de bus te slapen, maar nu lijk ik dan toch eindelijk besmet met wat we toen het MVS=moving vehicle syndrome noemden!
Hoewel, ik ben niet helemaal een backpacker; daarvoor trakteer ik mezelf te vaak op 1-persoons kamers. Nou ja, dan maar geen echte; het bevalt me wel!
Ik lees minder dan gedacht/gehoopt misschien. Vaak als ik denk dat ik ga lezen, blijken mijn ogen liever dicht te willen zijn. Ik zal wel ontspannen zijn (beetje raar!)!
Mijn grootste 'zorgen' lijken 'is mijn iPa/od opgeladen' en 'wanneer heb ik voor het laatst zonnebrand-creme op gedaan?' en 'heb ik nog wat fruit?' Da's nog eens te overzien!
Grappig: ik heb een Greyhound buskaart gekocht voor de afstand Cairns naar Brisbane, dat is 2000 km. Dat noemen ze een MINI traveller pass!
Nu even een vertraging in het efficiente schema, want een 3daagse tour naar Fraser eiland bleek gecancelled. Nu mag ik morgen mee voor een 2daagse tour. Ik kwam erachter toen ik vanochtend om 6.45uur netjes klaar stond na een wandeling van 40 min, maar er niemand kwam om me op te pikken... Voor niets om 5u op! Ook nog een chagrijnige vent aan de lijn omdat ik niet bereikbaar was (of omdat ik hem wakker belde?). Tja, als ze mijn aussie foonnr hadden genoteerd toen ik 2 dagen geleden bevestigde dat ik mee wilde... Nou ja, heb ik ten minste een australier ontmoet met een slecht humeur, dat maakt het allemaal wat realistischer!
Ook niet erg is dat ik nu wat meer tijd heb om Brisbane te bekijken, en gewoon even rond te struinen. Gistermiddag kwam ik aan, dus had ik daar ook wel tijd voor, maar de stromende regen was niet erg uitnodigend om doelloos rond te lopen en fotootjes te maken. Nu is het lekker weer, dus ondanks het besmettelijke chagrijn van de man vanochtend, komt het toch nog goed!
Morgen dus weer de wekker om 5uur, ik begin er bijna aan te wennen. Australiers zijn trouwens vroege vogels! Om 6 uur zijn er al veel sporters actief, later is het waarschijnlijk te warm. Moet je zin in hebben!
maandag 28 november 2011
Part 3_____ Daintree rainforest en andere jungle
Geland in Cairns was ik me direct bewust van de gratis zweetkuur (ongevraagd ook!) die je bij iedere activiteit (inclusief liggen ademen) hier krijgt. Welcome to the tropics. Pffff.
Ik was alleen in Cairns voor de overnachting, om vervolgens weer om 6.55u opgepikt te worden voor de volgende trip. Dat blijkt nou eenmaal een logische manier om Australië te bekijken (hoewel ik me af blijf vragen of ze echt allemaal zo vroeg moeten beginnen; ik ben op vakantie!).
Even in het centrum rondgelopen. Dat is een aaneenschakeling van hostels, gericht op de feestende backpacker. Ik moet zeggen, dat wereldje trekt me absoluut niet. Ik voel een generatiekloof! Gelukkig kun je er buiten blijven, dus ik dronk een wijntje in een wat minder schreeuwerig restaurant terwijl Ik de vorige blog typte. Tot zover mijn Cairns ervaring.
Toen de jungle tour. Met een busje over een mooie kustroute, via een 'wildlife habitat centre' en een wandeling door het regenwoud met uitleg over alles wat voorbij kroop, werd ik uiteindelijk in het regenwoud gedropt, waar ik een jungle- hut had gehuurd voor 2 dagen. Daintree Rainforest, Mooie plek. En lekker even ontspannen. Eerst even met 3 andere meiden die ook uit mijn bus stapten en een nacht bleven, en daarna me, myself and I (en dat gaat al jaren goed!). 's Avonds een nachtwandeling door de jungle onder begeleiding gedaan, om met een verzameling zaklampen nog meer kruipend gespuis te spotten.
Door al deze tripjes heb ik veel geleerd, veel vergeten ook, over wildlife; planten, bomen en dieren. Daintree forest is relatief onbekend maar het oudste regenwoud op aarde. Er gebeurt daar zoveel waar ik geen weet van had/heb. Interessant om over te horen hoe dat allemaal samenleeft. Soms dankzij, soms ten koste van elkaar.
Vanaf daar heb ik ook een snorkeltripje naar de Great Barrier Reef gedaan, McKay Reef. Ik had een eerdere, niet zo succesvolle (ik had de ademtechniek niet goed door) snorkelervaring in Belize, maar ik had besloten dAt ik het nu gewoon zou snappen. dat was ook zo! Heel mooi om rond te dobberen en te zien wat er allemaal leeft, alweer waar ik normaal geen weet van heb. Koraal in alle kleuren, vissen in nog meer kleuren, knal blauwe zeesterren, metersgrote schildpadden, ik kan niet overbrengen wat ik heb gezien. Ik moest eraan denken dAt de scheidingslijn tussen beest en plant voor een leek als ik minder duidelijk is, aangezien ik een plant/koraal dat een soort monden heeft die bewegen alsof ze ademen geneigd ben dierlijke eigenschappen toe te kennen (sea clamp). Heel bijzonder om te zien, dus blij dat mijn snorkeltalenten van zich lieten horen!
Misselijk geschud in de boot en de bus terug naar Cairns, kon ik nog een rondje bij avond langs alle hostels wel missen en bleef ik rustig in het hostel, me opmakend voor mijn eerste echte Greyhound buservaring, zoals het een echte backpacker betaamt!
Over echte backpackers gesproken; ik zie best veel jongeren die een rolkoffer mee hebben: dat telt toch niet?!
Nu ben ik een nachtje op Magnetic island, een paar km vanaf de kust van Townsville. Een mooi klein eiland met heel veel mooie baaien, dat ik morgen op de fiets wil gaan verkennen. Ik slaap in een hutje in een national park, dus ik heb het gevoel dat ik morgen op tijd gewekt ga worden door een stel enthousiaste tropische vogels, of een koala die bij me in de hut wil kruipen.
Morgen weer terug naar het vasteland, om vervolgens voor 19u in de bus te gaan zitten. Ehm, dat had ik nog niet eerder zo precies gedefinieerd... Best lang voor iemand wiens talenten nog altijd niet bij zittend slapen blijken te liggen...
Ik was alleen in Cairns voor de overnachting, om vervolgens weer om 6.55u opgepikt te worden voor de volgende trip. Dat blijkt nou eenmaal een logische manier om Australië te bekijken (hoewel ik me af blijf vragen of ze echt allemaal zo vroeg moeten beginnen; ik ben op vakantie!).
Even in het centrum rondgelopen. Dat is een aaneenschakeling van hostels, gericht op de feestende backpacker. Ik moet zeggen, dat wereldje trekt me absoluut niet. Ik voel een generatiekloof! Gelukkig kun je er buiten blijven, dus ik dronk een wijntje in een wat minder schreeuwerig restaurant terwijl Ik de vorige blog typte. Tot zover mijn Cairns ervaring.
Toen de jungle tour. Met een busje over een mooie kustroute, via een 'wildlife habitat centre' en een wandeling door het regenwoud met uitleg over alles wat voorbij kroop, werd ik uiteindelijk in het regenwoud gedropt, waar ik een jungle- hut had gehuurd voor 2 dagen. Daintree Rainforest, Mooie plek. En lekker even ontspannen. Eerst even met 3 andere meiden die ook uit mijn bus stapten en een nacht bleven, en daarna me, myself and I (en dat gaat al jaren goed!). 's Avonds een nachtwandeling door de jungle onder begeleiding gedaan, om met een verzameling zaklampen nog meer kruipend gespuis te spotten.
Door al deze tripjes heb ik veel geleerd, veel vergeten ook, over wildlife; planten, bomen en dieren. Daintree forest is relatief onbekend maar het oudste regenwoud op aarde. Er gebeurt daar zoveel waar ik geen weet van had/heb. Interessant om over te horen hoe dat allemaal samenleeft. Soms dankzij, soms ten koste van elkaar.
Vanaf daar heb ik ook een snorkeltripje naar de Great Barrier Reef gedaan, McKay Reef. Ik had een eerdere, niet zo succesvolle (ik had de ademtechniek niet goed door) snorkelervaring in Belize, maar ik had besloten dAt ik het nu gewoon zou snappen. dat was ook zo! Heel mooi om rond te dobberen en te zien wat er allemaal leeft, alweer waar ik normaal geen weet van heb. Koraal in alle kleuren, vissen in nog meer kleuren, knal blauwe zeesterren, metersgrote schildpadden, ik kan niet overbrengen wat ik heb gezien. Ik moest eraan denken dAt de scheidingslijn tussen beest en plant voor een leek als ik minder duidelijk is, aangezien ik een plant/koraal dat een soort monden heeft die bewegen alsof ze ademen geneigd ben dierlijke eigenschappen toe te kennen (sea clamp). Heel bijzonder om te zien, dus blij dat mijn snorkeltalenten van zich lieten horen!
Misselijk geschud in de boot en de bus terug naar Cairns, kon ik nog een rondje bij avond langs alle hostels wel missen en bleef ik rustig in het hostel, me opmakend voor mijn eerste echte Greyhound buservaring, zoals het een echte backpacker betaamt!
Over echte backpackers gesproken; ik zie best veel jongeren die een rolkoffer mee hebben: dat telt toch niet?!
Nu ben ik een nachtje op Magnetic island, een paar km vanaf de kust van Townsville. Een mooi klein eiland met heel veel mooie baaien, dat ik morgen op de fiets wil gaan verkennen. Ik slaap in een hutje in een national park, dus ik heb het gevoel dat ik morgen op tijd gewekt ga worden door een stel enthousiaste tropische vogels, of een koala die bij me in de hut wil kruipen.
Morgen weer terug naar het vasteland, om vervolgens voor 19u in de bus te gaan zitten. Ehm, dat had ik nog niet eerder zo precies gedefinieerd... Best lang voor iemand wiens talenten nog altijd niet bij zittend slapen blijken te liggen...
zondag 27 november 2011
Part 2_____Alice Springs_____the Australian Outback
Alice Springs ligt ongeveer in het midden van Australië, omgeven door roodgekleurd, woestijnachtig landschap. Het is bekend om haar Aboriginees bevolking. Veel toeristen bezoeken het als uitvalsbasis voor Ayer's Rock (Uluru in de lokale Aboriginal taal) en Kings Canyon. Veel mensen doen een 3daagse campingtrip naar beide plekken, die zo'n 4,5 uur vanaf Alice liggen. Ivm onhandig boeken van mijn vluchten kon ik dat niet doen,dus ik deed twee dagtrips. Dat is niet efficiënt, aangezien de eerste 3,5uur naar beide bestemmingen over dezelfde weg gaan... Anyway, ik kan meestal wel flexibel met slaap (or the lack thereof) om gaan, dus dat zou ik nu in gaan zetten. Twee dagen waarop ik opgehaald werd om 5.55u en om 00.30 weer bij mijn hostel gedropt werd... Oh ja, en ik heb eigenlijk nog nooit naar tevredenheid in een bus kunnen slapen...
Aankomen in Alice was verwarrend: het was 16C, grijs bewolkt en het regende! Ik had me mentaal voorbereid dat het mogelijk warmer zou zijn dan ik prettig vind, maar dat bleek niet nodig! Het stadje zag er niet erg florissant uit in de regen, erg triest zelfs. Ik wist niet goed wat te denken van de Aboriginees die op straat rondhingen, erg onverzorgd, vaak met een fles alcohol in de hand. De verhalen over culturele verschillen en uitdagingen tav het aanpassen of niet aan westerse cultuur zijn bekend, dus ik dacht vooral de probleemkant te zien. Om dit beeld wat te nuanceren heb ik twee boeken gekocht die verschillende kanten van de situatie belichten (ik heb tientallen iBooks op de iPad staan, zodat ik niet met boeken hoef te sjouwen, maar ja, stel dat de batterij het niet de hele busreis vol houdt ... You've got to be prepared!).
Omdat het er dus niet erg uitnodigend uit zag, heb ik deze kans gegrepen om sloom te doen in het hostel. Ik was heeeeel moe. Ik zat in een rustig hostel (ik voel me niet aangetrokken tot de alomtegenwoordige backpacker-partyhostels), dus het lukte om heel vroeg te slapen... 5.15 ging de wekker!
Mijn eerste dagtrip ging naar Ayer's Rock. Jullie kennen de foto's vast, een enorme rode monoliet die mooi van kleur verandert bij zonsondergang. Het was niet zeker dat wij dat, waarvoor iedereen ernaartoe gaat, zouden zien, ivm de bewolking. De trip neemt je ook mee naar andere Grote Gesteenten, de Olgas, in de buurt. Allemaal erg indrukwekkend, vooral met alle informatie erbij van de tourguides, over de natuur, geologie, planten en dieren en wat deze plekken betekenen voor de Aboriginees die er in de buurt wonen.
We sloten de dag af met een BBQ (=nationaal gerecht hier) met uitzicht op Uluru, vanaf waar de zonsondergang goed te volgen zou zijn.De verwachtingen waren laag gespannen, maar die bescheidenheid werd beloond met een wolkendek dat even openbrak, zodat we toch nog zo'n 5 minuten kleurveranderingen hebben kunnen zien. Net zo mooi als op de foto's! Bijzonder aan 'onze' weersomstandigheden was dat we watervallen zagen, agv de recente nogal indrukwekkende regenval. Dat gebeurt niet vaak.
Toen nog even 4,5u terugrijden, even 4,5u slapen en toen weer op pad!
De King's Canyon trip was wat actiever. Natuurlijk weer een lange rit ernaartoe, maar bij de Canyon hebben we een wandeling rondom de Kloof gemaakt, over de rand. Heel indrukwekkend om dat oeroude gesteente te zien, waar de natuur miljoenen jaren aan heeft gewerkt, om het zo te krijgen als het nu is. Ook hier rode steen. Wit van binnen, maar rood van buiten door geoxideerd ijzer in het gesteente, dus roest. Heel mooi in contrast met alle begroeiing die door alle regen vers groen was. Dus alweer toch prima weer, en niet te warm voor de wandeling, ook erg belangrijk!
De volgende dag had ik nog tijd om Alice In zonlicht te bekijken. Da's leuker.
Ik heb het reptielencentrum bezocht om vast te wennen aan al het gespuis dat ik in de jungle tegen zou kunnen gaan komen. geleerd hoe een bepaald soort hagedis danst (mannetje), zich opdrukt (vrouwtje of jong mannetje) of met hun arm zwaait (vrouwtje) om bij een ontmoeting te laten zien welk geslacht ze hebben, want dat kun je verder niet zien. Dat verwacht je niet!
Verder gezien wat voor indrukwekkend en cruciaal werk de Flying Doctors doen voor de mensen in de Outback en voor het goede doel lekker geluncht!
En toen ging de reis verder naar Cairns, in het tropische noorden.
Ik heb vaak genoeg gevlogen dus ik ga niet meer vol verwachting bij het raam zitten om het steigen en dalen te zien. (liever zit ik aan het gangpad voor meer bewegingsvrijheid), maar van Alice Springs naar Cairns zat ik in een behoorlijk leeg vliegtuig dus ben toch toch verplaatst. Nu was t toch wel erg gaaf om te zien hoe groots de leegte van Australie is. Onvoorstelbaar wat een groot land, en wat een lage bevolkingsdichtheid. Niets dan leegte, ruig landschap te zien vanachter mijn raampje. Ik vraag me af of er op ieder stukje land al mensen zijn geweest, het lijkt bijna onmogelijk.
Oh, en ik pleit voor (mer? Geen idee of ze er al zijn) eucalyptusbomen in Europa! Lekker frisse lucht!
Aankomen in Alice was verwarrend: het was 16C, grijs bewolkt en het regende! Ik had me mentaal voorbereid dat het mogelijk warmer zou zijn dan ik prettig vind, maar dat bleek niet nodig! Het stadje zag er niet erg florissant uit in de regen, erg triest zelfs. Ik wist niet goed wat te denken van de Aboriginees die op straat rondhingen, erg onverzorgd, vaak met een fles alcohol in de hand. De verhalen over culturele verschillen en uitdagingen tav het aanpassen of niet aan westerse cultuur zijn bekend, dus ik dacht vooral de probleemkant te zien. Om dit beeld wat te nuanceren heb ik twee boeken gekocht die verschillende kanten van de situatie belichten (ik heb tientallen iBooks op de iPad staan, zodat ik niet met boeken hoef te sjouwen, maar ja, stel dat de batterij het niet de hele busreis vol houdt ... You've got to be prepared!).
Omdat het er dus niet erg uitnodigend uit zag, heb ik deze kans gegrepen om sloom te doen in het hostel. Ik was heeeeel moe. Ik zat in een rustig hostel (ik voel me niet aangetrokken tot de alomtegenwoordige backpacker-partyhostels), dus het lukte om heel vroeg te slapen... 5.15 ging de wekker!
Mijn eerste dagtrip ging naar Ayer's Rock. Jullie kennen de foto's vast, een enorme rode monoliet die mooi van kleur verandert bij zonsondergang. Het was niet zeker dat wij dat, waarvoor iedereen ernaartoe gaat, zouden zien, ivm de bewolking. De trip neemt je ook mee naar andere Grote Gesteenten, de Olgas, in de buurt. Allemaal erg indrukwekkend, vooral met alle informatie erbij van de tourguides, over de natuur, geologie, planten en dieren en wat deze plekken betekenen voor de Aboriginees die er in de buurt wonen.
We sloten de dag af met een BBQ (=nationaal gerecht hier) met uitzicht op Uluru, vanaf waar de zonsondergang goed te volgen zou zijn.De verwachtingen waren laag gespannen, maar die bescheidenheid werd beloond met een wolkendek dat even openbrak, zodat we toch nog zo'n 5 minuten kleurveranderingen hebben kunnen zien. Net zo mooi als op de foto's! Bijzonder aan 'onze' weersomstandigheden was dat we watervallen zagen, agv de recente nogal indrukwekkende regenval. Dat gebeurt niet vaak.
Toen nog even 4,5u terugrijden, even 4,5u slapen en toen weer op pad!
De King's Canyon trip was wat actiever. Natuurlijk weer een lange rit ernaartoe, maar bij de Canyon hebben we een wandeling rondom de Kloof gemaakt, over de rand. Heel indrukwekkend om dat oeroude gesteente te zien, waar de natuur miljoenen jaren aan heeft gewerkt, om het zo te krijgen als het nu is. Ook hier rode steen. Wit van binnen, maar rood van buiten door geoxideerd ijzer in het gesteente, dus roest. Heel mooi in contrast met alle begroeiing die door alle regen vers groen was. Dus alweer toch prima weer, en niet te warm voor de wandeling, ook erg belangrijk!
De volgende dag had ik nog tijd om Alice In zonlicht te bekijken. Da's leuker.
Ik heb het reptielencentrum bezocht om vast te wennen aan al het gespuis dat ik in de jungle tegen zou kunnen gaan komen. geleerd hoe een bepaald soort hagedis danst (mannetje), zich opdrukt (vrouwtje of jong mannetje) of met hun arm zwaait (vrouwtje) om bij een ontmoeting te laten zien welk geslacht ze hebben, want dat kun je verder niet zien. Dat verwacht je niet!
Verder gezien wat voor indrukwekkend en cruciaal werk de Flying Doctors doen voor de mensen in de Outback en voor het goede doel lekker geluncht!
En toen ging de reis verder naar Cairns, in het tropische noorden.
Ik heb vaak genoeg gevlogen dus ik ga niet meer vol verwachting bij het raam zitten om het steigen en dalen te zien. (liever zit ik aan het gangpad voor meer bewegingsvrijheid), maar van Alice Springs naar Cairns zat ik in een behoorlijk leeg vliegtuig dus ben toch toch verplaatst. Nu was t toch wel erg gaaf om te zien hoe groots de leegte van Australie is. Onvoorstelbaar wat een groot land, en wat een lage bevolkingsdichtheid. Niets dan leegte, ruig landschap te zien vanachter mijn raampje. Ik vraag me af of er op ieder stukje land al mensen zijn geweest, het lijkt bijna onmogelijk.
Oh, en ik pleit voor (mer? Geen idee of ze er al zijn) eucalyptusbomen in Europa! Lekker frisse lucht!
Ik ben op vakantie in Australië! _______part 1 __Melbourne
(Ik typ dit op een iPad, wat meestal met nogal veel typfouten gepaard gaat. Dat zal ik proberen te voorkomen danwel corrigeren, maar vergeef me een eventueel gebrek aan trema's en andere meer of minder ingewikkelde leestekens)
Ok, daar ga ik, voor wie het horen wil...
Ik had de bedoeling om wat mooie plaatjes op internet te zetten, zodat de thuisblijvers kunnen meekijken, danwel -genieten, maar voorlopig heb ik nog niet ontdekt hoe dat werkt vanaf de iPad. Ter compensatie zal ik proberen extra beeldend te schrijven! ...... Hmm, ik denk dat het vooral extra lang is geworden...
11 november vertrok ik s ochtends, om 25 uur later in Melbourne in verrassend frisse en wakkere staat aan te komen. Het eerste deel van mijn maand vakantie was ik bij N en S, vrienden uit Nijmegen/Rotterdam die vorig jaar naar Australië zijn geëmigreerd. Ze hebben zich succesvol in Melbourne gesetteld, dus dat wilde ik wel eens zien!
Extra bonus bij mijn bezoek was dat ze ook gingen trouwen terwijl ik daar was! Dat had wel gevolgen voor mijn toeristische activiteiten, want er moest nog veel voorbereid worden! Dus, samen met N's familie hebben we veel tijd besteed aan het voorbereiden van wat een heel mooi tuinfeest zou worden. Heel leuk om samen mee bezig te zijn, en tegelijk gaf het me een indruk van het gewone leven in Melbourne; niet dat N er vaak naartoe gaat, maar welke toerist gaat nou naar een mega-Chinese winkel vol lelijke dingen (een soort groothandel in niet zo welriekend plastic... Ik was chef-toiletdecoratie, vandaar!). Als vrienden in het buitenland wonen, vind ik het leuk om te zien hoe hun dagelijkse leventje eruit ziet, dus dan hoef ik niet per se alle highlights te hebben gezien.
Maar, ik had een dag 'vrij' en toen heb ik een dagtrip langs de Great Ocean Road gedaan, de mooie kustlijn ten westen van Melbourne, met als hoogtepunt de 12 apostelen, stenen pilaren die iets van de kust verwijderd in het water staan. Ik was trouwens meer onder de indruk van een gorge/kloof, met wat even een leeg strandje leek, toen de andere toeristen even uit mijn zoeker verdwenen. Dat ik dat mooier vond dan de beroemdere apostelen kan komen omdat het licht niet zo mooi was toen ik daar was, en dat schijnt nou juist zoveel toe te voegen. Bij de gorge brak de zon door. Helaas, nu nog geen foto daarvan. Mooie dagtrip, met veel grappige en interessante info van een enthousiaste buschauffeur.
Ik heb wel al een paar uur in Melbourne rondgelopen, met de camera in de aanslag. zoals me al was voorspeld, vind ik het een erg leuke stad. Er is een erg levendige koffie/lunchcafe scene, alles ziet er leuk en origineel uit. de sfeer komt heel prettig op me over. Mensen zijn erg vriendelijk en open, ze lijken allemaal in voor een praatje! (ik kan het niet laten om toch even te refereren aan de titel/thema van mijn blog: hoe anders dan in Parijs!)
Melbourne is natuurlijk een jonge stad, dus geen historische gebouwen zoals we in Europa gewend zijn, maar de combi van 'jong oud' en gedurfd modern bevalt me wel.
Kortom: leuke stad! Gelukkig ga ik er aan het eind van mijn trip nog 3dagen vertoeven, om nog meer te kunnen zien, en vooral ook wat meer van die leuke (lunch) cafeetjes te kunnen testen met N&S en mijn trip (en het leven!) te evalueren!
Maar goed, terug naar de bruiloft: ze hebben JA! Gezegd!
Erg leuk om daar getuige van te zijn, aangezien ik deze liefde van dichtbij heb zien opbloeien en groeien. Het was een heel mooie dag, met perfect weer. dat is nooit te voorspellen in Melbourne: er wordt gezegd dat Melbourne 4seizoenen in een dag heeft. Ik heb het in ieder geval in een week gezien: vrijdag was het bloedheet en benauwd, zaterdag heeft het de hele dag geregend en zondag hadden we perfectbruiloft-weer: droog en zonnig, niet te warm!
ze hielden de ceremonie in een rozentuin (lekker fris van kleur door de regen van zaterdag!); een mix van Arabische en Joodse tradities, gezien hun beide familie-achtergronden. Heel bijzonder, en prettig te zien dat dat kan... Als het werkt in het klein, waarom dan niet in het groot? Daarna was het tijd voor een tuinfeest met heerlijk eten. Zoals ik zei: een erg geslaagde dag!
Mijn wekker ging de volgende dag vroeg om op tijd op het vliegveld te zijn, om naar Alice Springs te gaan, in het midden van Australië, waarover later meer!
Ik zeg vaak, tot irritatie van velen, 'jetlag is een keuze', omdat ik er nog nooit last van had gehad. Met 25 uur vliegen wist Ik natuurlijk niet wat me te wachten stond, maar ik ben aangenaam verrast te concluderen dat me dat nu ook bespaard is gebleven; van het uurtje dat ik wakker heb gelegen in de 3e nacht was ik niet onder de indruk.
Ok, daar ga ik, voor wie het horen wil...
Ik had de bedoeling om wat mooie plaatjes op internet te zetten, zodat de thuisblijvers kunnen meekijken, danwel -genieten, maar voorlopig heb ik nog niet ontdekt hoe dat werkt vanaf de iPad. Ter compensatie zal ik proberen extra beeldend te schrijven! ...... Hmm, ik denk dat het vooral extra lang is geworden...
11 november vertrok ik s ochtends, om 25 uur later in Melbourne in verrassend frisse en wakkere staat aan te komen. Het eerste deel van mijn maand vakantie was ik bij N en S, vrienden uit Nijmegen/Rotterdam die vorig jaar naar Australië zijn geëmigreerd. Ze hebben zich succesvol in Melbourne gesetteld, dus dat wilde ik wel eens zien!
Extra bonus bij mijn bezoek was dat ze ook gingen trouwen terwijl ik daar was! Dat had wel gevolgen voor mijn toeristische activiteiten, want er moest nog veel voorbereid worden! Dus, samen met N's familie hebben we veel tijd besteed aan het voorbereiden van wat een heel mooi tuinfeest zou worden. Heel leuk om samen mee bezig te zijn, en tegelijk gaf het me een indruk van het gewone leven in Melbourne; niet dat N er vaak naartoe gaat, maar welke toerist gaat nou naar een mega-Chinese winkel vol lelijke dingen (een soort groothandel in niet zo welriekend plastic... Ik was chef-toiletdecoratie, vandaar!). Als vrienden in het buitenland wonen, vind ik het leuk om te zien hoe hun dagelijkse leventje eruit ziet, dus dan hoef ik niet per se alle highlights te hebben gezien.
Maar, ik had een dag 'vrij' en toen heb ik een dagtrip langs de Great Ocean Road gedaan, de mooie kustlijn ten westen van Melbourne, met als hoogtepunt de 12 apostelen, stenen pilaren die iets van de kust verwijderd in het water staan. Ik was trouwens meer onder de indruk van een gorge/kloof, met wat even een leeg strandje leek, toen de andere toeristen even uit mijn zoeker verdwenen. Dat ik dat mooier vond dan de beroemdere apostelen kan komen omdat het licht niet zo mooi was toen ik daar was, en dat schijnt nou juist zoveel toe te voegen. Bij de gorge brak de zon door. Helaas, nu nog geen foto daarvan. Mooie dagtrip, met veel grappige en interessante info van een enthousiaste buschauffeur.
Ik heb wel al een paar uur in Melbourne rondgelopen, met de camera in de aanslag. zoals me al was voorspeld, vind ik het een erg leuke stad. Er is een erg levendige koffie/lunchcafe scene, alles ziet er leuk en origineel uit. de sfeer komt heel prettig op me over. Mensen zijn erg vriendelijk en open, ze lijken allemaal in voor een praatje! (ik kan het niet laten om toch even te refereren aan de titel/thema van mijn blog: hoe anders dan in Parijs!)
Melbourne is natuurlijk een jonge stad, dus geen historische gebouwen zoals we in Europa gewend zijn, maar de combi van 'jong oud' en gedurfd modern bevalt me wel.
Kortom: leuke stad! Gelukkig ga ik er aan het eind van mijn trip nog 3dagen vertoeven, om nog meer te kunnen zien, en vooral ook wat meer van die leuke (lunch) cafeetjes te kunnen testen met N&S en mijn trip (en het leven!) te evalueren!
Maar goed, terug naar de bruiloft: ze hebben JA! Gezegd!
Erg leuk om daar getuige van te zijn, aangezien ik deze liefde van dichtbij heb zien opbloeien en groeien. Het was een heel mooie dag, met perfect weer. dat is nooit te voorspellen in Melbourne: er wordt gezegd dat Melbourne 4seizoenen in een dag heeft. Ik heb het in ieder geval in een week gezien: vrijdag was het bloedheet en benauwd, zaterdag heeft het de hele dag geregend en zondag hadden we perfectbruiloft-weer: droog en zonnig, niet te warm!
ze hielden de ceremonie in een rozentuin (lekker fris van kleur door de regen van zaterdag!); een mix van Arabische en Joodse tradities, gezien hun beide familie-achtergronden. Heel bijzonder, en prettig te zien dat dat kan... Als het werkt in het klein, waarom dan niet in het groot? Daarna was het tijd voor een tuinfeest met heerlijk eten. Zoals ik zei: een erg geslaagde dag!
Mijn wekker ging de volgende dag vroeg om op tijd op het vliegveld te zijn, om naar Alice Springs te gaan, in het midden van Australië, waarover later meer!
Ik zeg vaak, tot irritatie van velen, 'jetlag is een keuze', omdat ik er nog nooit last van had gehad. Met 25 uur vliegen wist Ik natuurlijk niet wat me te wachten stond, maar ik ben aangenaam verrast te concluderen dat me dat nu ook bespaard is gebleven; van het uurtje dat ik wakker heb gelegen in de 3e nacht was ik niet onder de indruk.
vrijdag 14 oktober 2011
Travaux urgences, of: een tijdslijn
_rond 17.09.11: 's Avonds hoor ik een luid geluid op straat, alsof onder hoge druk stoom ergens uit ontsnapt, mogelijk in het gebouwtje dat bij het drinkwater-reservoir naast mij hoort. Wat later zie ik mannen in fluorescerende hesjes op straat discussiëren en later een gat in de weg boren.
_een tijdje niets.
_VRIJDAG 23.09.11: Er zijn hekken geplaatst om het kruispunt (waar het gat geboord was) af te zetten.
_De hekken veranderen vrijwel dagelijks van (com)positie.
_30.09.11: Er hangt een briefje van de 'Mairie de Paris' in de hal met de mededeling dat er op 23.09 hekken zijn geplaatst.
Voor wie het niet had gezien. En het is een aankondiging van 'travaux urgences', omdat er mogelijk een lek is in de waterleidingen.
_De hekken veranderen nu minder vaak, maar nog steeds regelmatig van (com)positie. Verkeer blijft gewoon door de straat rijden.
_ ...
_Op 13.10 is er nog steeds niets gebeurd.
_Het is nu 14.10. Gisteravond besloot ik dit op te schrijven. Vanochtend heeft een vrachtwagen nog meer hekken neergezet. Nu is het weekend.
_Na het weekend dan toch de urgente werkzaamheden?
Ik heb geprobeerd dit zo objectief mogelijk te brengen ...
17.10.11: Het vervolg: het moet gezegd: ze hebben hard gewerkt gisteren en vandaag. Een groot stuk straat is afgezet met 2m hoge hekken: hebben ze wat te verbergen? Dat er asbest-gevaar is staat gewoon aangegeven op de hekken, dus dat is het niet...
Nu een paar dagen pauze ivm de regen?
19.10.11: Bij nader inzien en -zoomen, zie ik een opmerkelijk wit tentje staan achterop de werkplaats. Ik concludeer dat het een asbestsluis is: van een asbestvrije naar een asbest-besmette ruimte (ik ken ze uit het gebouw waar ik werk!). Dat is misschien handig voor de werkmannen die daar hun witte pakken aan doen, maar ik zit een beetje met het feit dat de sluis van 'buitenlucht' naar 'buitenlucht' gaat. Ik hoop maar dat asbestdeeltjes niet naar 3-hoog dwarrelen, of over of tussen de hekken door ...
_een tijdje niets.
_VRIJDAG 23.09.11: Er zijn hekken geplaatst om het kruispunt (waar het gat geboord was) af te zetten.
_De hekken veranderen vrijwel dagelijks van (com)positie.
_30.09.11: Er hangt een briefje van de 'Mairie de Paris' in de hal met de mededeling dat er op 23.09 hekken zijn geplaatst.
Voor wie het niet had gezien. En het is een aankondiging van 'travaux urgences', omdat er mogelijk een lek is in de waterleidingen.
_De hekken veranderen nu minder vaak, maar nog steeds regelmatig van (com)positie. Verkeer blijft gewoon door de straat rijden.
_ ...
_Op 13.10 is er nog steeds niets gebeurd.
_Het is nu 14.10. Gisteravond besloot ik dit op te schrijven. Vanochtend heeft een vrachtwagen nog meer hekken neergezet. Nu is het weekend.
_Na het weekend dan toch de urgente werkzaamheden?
Ik heb geprobeerd dit zo objectief mogelijk te brengen ...
17.10.11: Het vervolg: het moet gezegd: ze hebben hard gewerkt gisteren en vandaag. Een groot stuk straat is afgezet met 2m hoge hekken: hebben ze wat te verbergen? Dat er asbest-gevaar is staat gewoon aangegeven op de hekken, dus dat is het niet...
Nu een paar dagen pauze ivm de regen?
19.10.11: Bij nader inzien en -zoomen, zie ik een opmerkelijk wit tentje staan achterop de werkplaats. Ik concludeer dat het een asbestsluis is: van een asbestvrije naar een asbest-besmette ruimte (ik ken ze uit het gebouw waar ik werk!). Dat is misschien handig voor de werkmannen die daar hun witte pakken aan doen, maar ik zit een beetje met het feit dat de sluis van 'buitenlucht' naar 'buitenlucht' gaat. Ik hoop maar dat asbestdeeltjes niet naar 3-hoog dwarrelen, of over of tussen de hekken door ...
woensdag 5 oktober 2011
'Sometimes, ..., she wonders if what she believes to be a love of the written word is really just a fetish for stationary.'
David Nicholls | One day
De oplettende lezer lezer (of moet ik zeggen: de lezer met doorzettingsvermogen?) heeft misschien opgemerkt dat ik graag schrijf.
Dit uit zich niet alleen in mijn lange blogs en mails en (handgeschreven!) brieven; ik word mentaal actief van schrijven: echt letterlijk, met pen en papier bedoel ik. Als ik niet geconcentreerd ben en dat wel wil zijn, werkt het voor mij om te gaan schrijven. Dit kan zo simpel zijn als een boodschappenlijstje, (zo kritisch als een blog over het leven in Frankrijk,) of zo ingewikkeld als een wetenschappelijk artikel.
Ik denk sneller als ik schrijf. Als voorbeeld; ik heb zo'n beetje mijn hele proefschrift eerst op kladpapier geschreven. Dat lijkt misschien inefficient, maar zonder die stap staat het lang niet zo snel op de computer. Als ik schrijf komen de zinnen vrijwel direct goed op papier. Probeer ik hetzelfde te typen, dan duurt het langer en moet ik het vaker corrigeren (met e-mails blijkt het heel anders te werken: dan komt er genoeg als ik typ!). Kortom: ik denk via papier. Ik maak ook vaak aantekeningen tijdens (wetenschappelijk) lezen of luisteren. Niet omdat ik ze teruglees, maar dit blijkt voor mij een belangrijke stap in de richting van onthouden.
Ik denk er wel eens over na of ik op professionele manier iets met schrijven zou willen doen. Een veelgeroepen 'grap' of plan is 'als ik faal in de wetenschap, begin ik een tweede hands-boekwinkel en dan ga ik achter in de winkel populair wetenschappelijke artikelen zitten schrijven'. Maar misschien is het zonde om te wachten tot ik echt heb gefaald, als ik nu al zoveel energie uit schrijven haal.
Ik dacht dat het niet mogelijk of logisch was om het pad van de (populaire) wetenschapsjournalistiek te verkennen terwijl ik in Frankrijk woon. Serieuze cursussen vereisen regelmatig aanwezigheid in NL, en dat vind ik niet de bedoeling zolang ik hier woon. Mijn Engels is goed, maar ik besef dat ik niet het actieve vocabulair heb, met name ten aanzien van uitdrukkingen, om een artikel te schrijven zo smeuïg als in bijvoorbeeld de New Scientist. Ik concludeerde dat het makkelijker zou zijn als ik weer in mijn eigen taalgebied ben.
Maar opeens heb ik nu net twee artikeltjes gepubliceerd; één in het Engels, en één in het Frans! Niet direct populair wetenschappelijk, maar ook niet echt wetenschappelijk: beide voor een breder medisch/biologisch, maar minder specialistisch publiek.
De Franse heb ik eerst in het Engels geschreven, waarna mijn collega's het hebben vertaald. Dit is voor een blaadje voor medisch professionals verbonden aan het spierziekte fonds (AFM) dat mijn eerste onderzoeksbeurs beschikbaar stelde. Het gaat over wat er wel en nog niet bekend is over de genetische mechanismen onderliggend aan myotone dystrofie _ mijn onderwerp van onderzoek.
De Engelse staat op een website voor biologen, met korte artikelen over labtechnieken, carrière planning, geschiedenis van de biologie, etc: BitesizeBio.com. Via een emaillijst werd jonge schrijvers aangeboden een poging te wagen een arikel te schrijven, met waar nodig hulp van een professionele editor. Wie had het kunnen denken; mijn artikel mocht wat worden ingekort! Maar ze vonden het interessant en snel hebben we het kunnen inkorten en daarmee verbeteren. Een leuk proces!
Ik heb geschreven over de oorsprong van celkweek, een veelgebruikte techniek in medisch-biologisch onderzoek, en het leven van de arme, zwarte vrouw van wie in 1951 voor het eerst cellen van haar baarmoederhalskanker in kweek werden gebracht. Ik las hierover in een interessant boek: 'The immortal life of Henrietta Lacks' van Rebecca Skloot.
Het schrijven van beide artikeltjes vond ik een leuk proces: hopelijk blijkt dit later (als ik groot ben) het begin van een langere rij wetenschapsjournalistieke publicaties.
David Nicholls | One day
De oplettende lezer lezer (of moet ik zeggen: de lezer met doorzettingsvermogen?) heeft misschien opgemerkt dat ik graag schrijf.
Dit uit zich niet alleen in mijn lange blogs en mails en (handgeschreven!) brieven; ik word mentaal actief van schrijven: echt letterlijk, met pen en papier bedoel ik. Als ik niet geconcentreerd ben en dat wel wil zijn, werkt het voor mij om te gaan schrijven. Dit kan zo simpel zijn als een boodschappenlijstje, (zo kritisch als een blog over het leven in Frankrijk,) of zo ingewikkeld als een wetenschappelijk artikel.
Ik denk sneller als ik schrijf. Als voorbeeld; ik heb zo'n beetje mijn hele proefschrift eerst op kladpapier geschreven. Dat lijkt misschien inefficient, maar zonder die stap staat het lang niet zo snel op de computer. Als ik schrijf komen de zinnen vrijwel direct goed op papier. Probeer ik hetzelfde te typen, dan duurt het langer en moet ik het vaker corrigeren (met e-mails blijkt het heel anders te werken: dan komt er genoeg als ik typ!). Kortom: ik denk via papier. Ik maak ook vaak aantekeningen tijdens (wetenschappelijk) lezen of luisteren. Niet omdat ik ze teruglees, maar dit blijkt voor mij een belangrijke stap in de richting van onthouden.
Ik denk er wel eens over na of ik op professionele manier iets met schrijven zou willen doen. Een veelgeroepen 'grap' of plan is 'als ik faal in de wetenschap, begin ik een tweede hands-boekwinkel en dan ga ik achter in de winkel populair wetenschappelijke artikelen zitten schrijven'. Maar misschien is het zonde om te wachten tot ik echt heb gefaald, als ik nu al zoveel energie uit schrijven haal.
Ik dacht dat het niet mogelijk of logisch was om het pad van de (populaire) wetenschapsjournalistiek te verkennen terwijl ik in Frankrijk woon. Serieuze cursussen vereisen regelmatig aanwezigheid in NL, en dat vind ik niet de bedoeling zolang ik hier woon. Mijn Engels is goed, maar ik besef dat ik niet het actieve vocabulair heb, met name ten aanzien van uitdrukkingen, om een artikel te schrijven zo smeuïg als in bijvoorbeeld de New Scientist. Ik concludeerde dat het makkelijker zou zijn als ik weer in mijn eigen taalgebied ben.
Maar opeens heb ik nu net twee artikeltjes gepubliceerd; één in het Engels, en één in het Frans! Niet direct populair wetenschappelijk, maar ook niet echt wetenschappelijk: beide voor een breder medisch/biologisch, maar minder specialistisch publiek.
De Franse heb ik eerst in het Engels geschreven, waarna mijn collega's het hebben vertaald. Dit is voor een blaadje voor medisch professionals verbonden aan het spierziekte fonds (AFM) dat mijn eerste onderzoeksbeurs beschikbaar stelde. Het gaat over wat er wel en nog niet bekend is over de genetische mechanismen onderliggend aan myotone dystrofie _ mijn onderwerp van onderzoek.
De Engelse staat op een website voor biologen, met korte artikelen over labtechnieken, carrière planning, geschiedenis van de biologie, etc: BitesizeBio.com. Via een emaillijst werd jonge schrijvers aangeboden een poging te wagen een arikel te schrijven, met waar nodig hulp van een professionele editor. Wie had het kunnen denken; mijn artikel mocht wat worden ingekort! Maar ze vonden het interessant en snel hebben we het kunnen inkorten en daarmee verbeteren. Een leuk proces!
Ik heb geschreven over de oorsprong van celkweek, een veelgebruikte techniek in medisch-biologisch onderzoek, en het leven van de arme, zwarte vrouw van wie in 1951 voor het eerst cellen van haar baarmoederhalskanker in kweek werden gebracht. Ik las hierover in een interessant boek: 'The immortal life of Henrietta Lacks' van Rebecca Skloot.
Het schrijven van beide artikeltjes vond ik een leuk proces: hopelijk blijkt dit later (als ik groot ben) het begin van een langere rij wetenschapsjournalistieke publicaties.
maandag 26 september 2011
Gezond
Voor het eerst in bijna 3 jaar had ik deze week de jaarlijkse (preventieve) gezondheidscheck bij de bedrijfsarts. Ik heb het al eerder gehad over de meer gemedicaliseerde maatschappij die Frankrijk is (tov NL). Nog nooit heb ik zoveel apotheken gezien, ook met een serieuze ‘medische’ uitstraling (ze zijn hier dol op witte jassen). Dus geen Kruidvat waar je ook wat medicijnen kunt kopen. Deze preventieve checks passen in dat gemedicaliseerde beeld. Maar ook wat logistieke uitvoering betreft zijn ze Frans, vandaar dat we wat achter op schema lagen…
Ik zeg niet dat preventieve medische controles tav de werksituatie slecht zijn. Maar ik ben ook nog niet overtuigd van het nut. De bedrijfsarts stelde me wat suggestieve vragen waarin ze het antwoord al had verweven (Jullie hebben genoeg handschoenen beschikbaar? De sfeer is goed? Je bureau is ok? Mijn ‘mwoa’ negeerde ze wijselijk) en ze voorspelde me dat ik later spataderen zal krijgen. Ze was eigenlijk vooral geïnteresseerd in mijn voor Fransen toch wel vreemde eetpatroon (en voor Nlers eigenlijk ook wel..). Iedere 2 à 3 uur pak ik iets van mijn stapeltje boterhammen of voorraad droge granenkoekjes, omdat ik dan een stabieler energieniveau heb en minder vervelende hypo’s / energiedips. Dat verhoogt de feestvreugde en concentratie aanzienlijk. Dat ik dan netto minder eet dan de 2 rijke, warme maaltijden die veel Fransen per dag naar binnen werken, valt niet op. Voor hen staat dit eetpatroon gelijk aan snacken, omdat je tussen De Maaltijden door eet, en dat is ondenkbaar! Well, it works for me. Maar het veel gehoorde ‘chacun son truc’ (ieder zijn ding) is hier blijkbaar niet van toepassing!
Toch vraag ik me in een internationale setting af en toe af hoe het kan dat andere culturen ook redelijk gezond lijken ondanks die twee warme maaltijden met vaak rijke sauzen, waarbij groente niet de boventoon voert. In de wachtkamer bij de bedrijfsarts stonden allemaal informatiefolders van de Franse equivalent van het Voedingscentrum. Omdat ik als ik om me heen kijk niet vaak denk ‘goh, wat eten jullie gezond’, was ik wel benieuwd naar de Franse voedingsadviezen. Ook uit eten in een Frans restaurant voelt niet erg gezond, want vaak is het behoorlijk vet en groente is ondervertegenwoordigd. Je bestelt vlees en krijgt daar doorgaans aardappelen OF groente bij. Toen ik tegen mijn collega’s zei ‘krijg ik er geen groente bij?’, was de reactie ‘je hebt toch aardappelen, dus je hebt groente’. Dat zien wij dan toch anders. In NL heb ik nog nooit meegemaakt dat je alleen vlees en aardappelen krijgt in een restaurant, terwijl dat hier behoorlijk gebruikelijk is.
Toch is dit niet wat de folders aanbevelen. De adviezen komen behoorlijk overeen met wat ik op de website van het Voedingscentrum zie, of me herinner van voorlichtingscampagnes. Samengevat is het een bekend verhaal: niet teveel zout, suiker en vet, maar veel groente en fruit, water, vezels en granen, eiwitten. En veel bewegen. Hier raden ze aan 5 stuks groente of fruit per dag te eten, en groente vormt wel degelijk een standaard onderdeel van de maaltijd, net als bij ons. Een wat aparte suggestie, in het kader van dat het niet moeilijk is om veel groente te eten, vond ik: ‘was een paar radijsjes en serveer ze met verse boter als voorgerecht’.
Wat me vooral opvalt in de serie folders is dat ze nogal op eiwit-inname hameren. Er is een folder die op de voorkant 1 à 2 keer per dag vlees, vis of eieren promoot (c’est essentiel!) aan raadt, terwijl een andere folder die 3 melkproducten per dag aanbeveelt. Dat lijkt me voorlopig genoeg tav de eiwitten! Als je verder leest, blijkt het toch redelijk beschaafd: 100-150 gram vlees, kip of eieren, verdeeld over 1 of 2 maaltijden. En dit mag niet het grootste gedeelte van de maaltijd vormen. Ter vergelijking: het Voedingscentrum raadt NLers (vrouw, 32 jaar) aan per dag 100-125 gram vlees, vis, ei of vleesvervangers te eten, die samen met zuivel (30 gram kaas, 450 ml melkproduct per dag) één van de schijven van de beroemde ‘schijf van 5’ vormen.
Dus, gedachten over wat gezond is zijn behoorlijk vergelijkbaar in NL en Frankrijk. Maar gewoonten niet. Gezien de conservatieve inborst van de Fransen, en hun hang naar tradities, niet in de laatste plaats op gastronomisch vlak, vraag ik me af hoeveel invloed deze folders hebben.
Ik heb hier verder nog nooit gezondheidscampagnes gezien, maar dat kan komen omdat ik geen Franse tv kijk of krant lees. Wel staan in Parijs sinds een paar maanden bordjes met loopafstanden aangegeven in tijd, om mensen op het idee te brengen dat de metro niet de enige manier is om ergens te komen. Toen ik een collega vroeg of dit soort campagnes tav gezondheid veel worden gehouden, was haar antwoord nee, dat het een nieuwe trend was dat de regering zich probeert te bemoeien met dat soort gewoonten.
Het sterkt mij in mijn gedachte dat ik er goed aan heb gedaan de Franse eetgewoonten niet klakkeloos over te nemen!
Ik zeg niet dat preventieve medische controles tav de werksituatie slecht zijn. Maar ik ben ook nog niet overtuigd van het nut. De bedrijfsarts stelde me wat suggestieve vragen waarin ze het antwoord al had verweven (Jullie hebben genoeg handschoenen beschikbaar? De sfeer is goed? Je bureau is ok? Mijn ‘mwoa’ negeerde ze wijselijk) en ze voorspelde me dat ik later spataderen zal krijgen. Ze was eigenlijk vooral geïnteresseerd in mijn voor Fransen toch wel vreemde eetpatroon (en voor Nlers eigenlijk ook wel..). Iedere 2 à 3 uur pak ik iets van mijn stapeltje boterhammen of voorraad droge granenkoekjes, omdat ik dan een stabieler energieniveau heb en minder vervelende hypo’s / energiedips. Dat verhoogt de feestvreugde en concentratie aanzienlijk. Dat ik dan netto minder eet dan de 2 rijke, warme maaltijden die veel Fransen per dag naar binnen werken, valt niet op. Voor hen staat dit eetpatroon gelijk aan snacken, omdat je tussen De Maaltijden door eet, en dat is ondenkbaar! Well, it works for me. Maar het veel gehoorde ‘chacun son truc’ (ieder zijn ding) is hier blijkbaar niet van toepassing!
Toch vraag ik me in een internationale setting af en toe af hoe het kan dat andere culturen ook redelijk gezond lijken ondanks die twee warme maaltijden met vaak rijke sauzen, waarbij groente niet de boventoon voert. In de wachtkamer bij de bedrijfsarts stonden allemaal informatiefolders van de Franse equivalent van het Voedingscentrum. Omdat ik als ik om me heen kijk niet vaak denk ‘goh, wat eten jullie gezond’, was ik wel benieuwd naar de Franse voedingsadviezen. Ook uit eten in een Frans restaurant voelt niet erg gezond, want vaak is het behoorlijk vet en groente is ondervertegenwoordigd. Je bestelt vlees en krijgt daar doorgaans aardappelen OF groente bij. Toen ik tegen mijn collega’s zei ‘krijg ik er geen groente bij?’, was de reactie ‘je hebt toch aardappelen, dus je hebt groente’. Dat zien wij dan toch anders. In NL heb ik nog nooit meegemaakt dat je alleen vlees en aardappelen krijgt in een restaurant, terwijl dat hier behoorlijk gebruikelijk is.
Toch is dit niet wat de folders aanbevelen. De adviezen komen behoorlijk overeen met wat ik op de website van het Voedingscentrum zie, of me herinner van voorlichtingscampagnes. Samengevat is het een bekend verhaal: niet teveel zout, suiker en vet, maar veel groente en fruit, water, vezels en granen, eiwitten. En veel bewegen. Hier raden ze aan 5 stuks groente of fruit per dag te eten, en groente vormt wel degelijk een standaard onderdeel van de maaltijd, net als bij ons. Een wat aparte suggestie, in het kader van dat het niet moeilijk is om veel groente te eten, vond ik: ‘was een paar radijsjes en serveer ze met verse boter als voorgerecht’.
Wat me vooral opvalt in de serie folders is dat ze nogal op eiwit-inname hameren. Er is een folder die op de voorkant 1 à 2 keer per dag vlees, vis of eieren promoot (c’est essentiel!) aan raadt, terwijl een andere folder die 3 melkproducten per dag aanbeveelt. Dat lijkt me voorlopig genoeg tav de eiwitten! Als je verder leest, blijkt het toch redelijk beschaafd: 100-150 gram vlees, kip of eieren, verdeeld over 1 of 2 maaltijden. En dit mag niet het grootste gedeelte van de maaltijd vormen. Ter vergelijking: het Voedingscentrum raadt NLers (vrouw, 32 jaar) aan per dag 100-125 gram vlees, vis, ei of vleesvervangers te eten, die samen met zuivel (30 gram kaas, 450 ml melkproduct per dag) één van de schijven van de beroemde ‘schijf van 5’ vormen.
Dus, gedachten over wat gezond is zijn behoorlijk vergelijkbaar in NL en Frankrijk. Maar gewoonten niet. Gezien de conservatieve inborst van de Fransen, en hun hang naar tradities, niet in de laatste plaats op gastronomisch vlak, vraag ik me af hoeveel invloed deze folders hebben.
Ik heb hier verder nog nooit gezondheidscampagnes gezien, maar dat kan komen omdat ik geen Franse tv kijk of krant lees. Wel staan in Parijs sinds een paar maanden bordjes met loopafstanden aangegeven in tijd, om mensen op het idee te brengen dat de metro niet de enige manier is om ergens te komen. Toen ik een collega vroeg of dit soort campagnes tav gezondheid veel worden gehouden, was haar antwoord nee, dat het een nieuwe trend was dat de regering zich probeert te bemoeien met dat soort gewoonten.
Het sterkt mij in mijn gedachte dat ik er goed aan heb gedaan de Franse eetgewoonten niet klakkeloos over te nemen!
zondag 14 augustus 2011
Service
Dat Frankrijk geen heel servicegericht land is, is misschien elders al eens ter sprake gekomen. Ik kan ook niet ontkennen dat ik hier en daar ook wel eens in die richting heb gewezen op deze blog. Toch voel ik de behoefte om nu een heel stuk over het gebrek aan service- en klantgericht denken hier te schrijven.
Het is namelijk weer zomer. Zomer in Frankrijk betekent, behalve lekker bijkomen op zonnige stranden, zoiets als ‘reken maar niet dat je veel geregeld krijgt’. Niemand verbaast zich erover, iedereen bereidt zich erop voor. Mijn inbox stroomt vol met mailtjes van services op de faculteit met de mededeling dat ze sluiten voor een maand, met ‘vakantie’ als geaccepteerd excuus. Hoewel ik mogelijk niet meer helemaal objectief ben in mijn herinneringen t.a.v. Nl, heb ik ’t idee dat de meeste dingen daar wel gewoon door gaan, eventueel op halve kracht.
Ook veel privé-zaken, bijvoorbeeld horeca en kleine bedrijfjes of winkels, sluiten voor een maand of zelfs heel juli en augustus, zoals ik gisteren las op een papiertje dat op het rolluik van een bakker was geplakt. Vooral als je een terras in centrum Parijs hebt, lijkt me dat een goed voorbeeld van kostenderving. Maar goed; zelf weten!
Los daarvan vind ik winkels vaak ook gewoon vies (ook supermarkten, ook van het kaliber AH, hebben niet hetzelfde gevoel voor schoon en netjes als in NL) en slordig. Blijkbaar is ‘de Fransman’ hier minder gevoelig voor, want winkeliers maken maar weinig gebruik van visueel aantrekkelijke zaken om de klant gunstig te stemmen. Vriendelijkheid richting de klant om deze te paaien lijkt ook niet hun prioriteit te zijn …
Ook interessant in dat verband: toen hier een HEMA geopend werd, noemde ik in mijn promo-praatjes ook hoe soepel ze zijn t.a.v. dingen terugbrengen mét geld terug als je niet tevreden bent. De reactie van mijn collega’s was dat dat in Frankrijk echt niet zo zou zijn, dat dat bij geen enkele winkel kan. Het staat in grote letters vermeld op de muur achter de kassa, dus ik vermoed dat HEMA die filosofie ook in Frankrijk wil vasthouden. Het moet blijken of de Fransen snappen dat HEMA het ook écht meent, als dit niet in hun verwachtingspatroon past.
Ik heb het al vaker gehad over overheidsinstellingen, en ik neem voor het gemak de postkantoren erbij. Mensen denken niet met je mee, doen alleen waar ze echt niet onder uit lijken te kunnen komen, maar sturen je graag verder naar het volgende loket, of de volgende afspraak. Lange rijen, langzame bediening, want alles wordt eerst op een papiertje ingevuld en vervolgens met 2-vinger-typsysteem ingevoerd in de computer. Misschien denk je ‘hoeveel heb je nou te maken gehad met overheidsinstellingen’. Inderdaad; op zich had het mee kunnen vallen, maar aangezien de dingen zijn zoals ze zijn, moet je regelmatig terugkomen als je iets wilt regelen … zie daar de ervaring die zich opstapelt..!
Nog meer niet klant-gericht denken in het postkantoor: een brief naar de VS posten tot 20 gram kost 87 cent. De volgende categorie kost 1.85. Dat betekent: 2 x 87 cent PLUS 1 cent! Dat is niet handig! En ik had meer onhandige voorbeelden kunnen geven. Als je vraagt of ze handige bijplakzegels hebben, stellen ze voor dat je gewoon wat meer plakt. Maar dat soort praktijken ga ik natuurlijk niet stelselmatig extra sponsoren!
Laatst nam ik de metro richting Charles de Gaulle INTERNATIONAL airport. Omroepberichten (in dit geval het relevante bericht dat de metro niet door zou rijden totaan het vliegveld) werden alleen in het Frans omgeroepen ...
Het blijft me verbazen dat zoveel mensen hier niet lijken te snappen dat als je iets meer moeite doet, je makkelijk iemand kunt helpen, en dat dat een prettig gevoel van voldoening geeft. Dat een iets actievere houding niet alleen de klant tevreden stelt, maar jezelf ook beter doet voelen.
Een heel duidelijk voorbeeld van wat ik probeer te zeggen merkte ik op toen ik van Parijs naar Bristol vloog (waarvoor mijn oprechte excuses aan Moeder Natuur, vooral omdat het helemaal niet de meest praktische, goedkope of snelle route bleek). Op het vliegveld in Parijs waren alle vliegveldmedewerkers van neutraal tot nors gestemd. Douanebeambten keken slechts op van mijn paspoort om te kijken of de juiste persoon het overhandigd had, en een ‘bonjour’ in antwoord op mijn groet bleek teveel gevraagd. Aan de andere kant van de douane was het verschil in beleid niet te negeren: iedereen groet vriendelijk en maakt een praatje of grapje als de tijd en de procedure het toe staat.
Vroeger heb ik me wel gestoord aan de ‘lege, nietszeggende beleefdheid’ in Engeland en de VS, maar ik begin het steeds meer te waarderen (sinds ik in Frankrijk woon …). Of ze het nou met heel hun hart menen of niet, een beetje actieve vriendelijkheid creëert een fijnere sfeer, tegenwoordig geen overbodige luxe op vliegvelden. Bovendien lokken de vriendelijke medewerkers ook prettiger reacties uit, dus ik denk dat ze met een beter gevoel naar huis gaan dan norse medewerkers die niet proberen er het beste van te maken.
Op de terugweg zag ik precies hetzelfde, in omgekeerde volgorde. Op grond van wat ik heb geobserveerd in de bijna 3 jaar dat ik nu in Parijs woon, durf ik te zeggen dat het een algemeen cultuurverschil is. Mijn conclusie is dat de Fransen hierin iets belangrijks missen, namelijk dat je werk, interacties, je leven gewoon wat leuker wordt als je er iets meer energie in stopt. Helaas moet ik zeggen dat écht vriendelijke en actief meedenkende behandeling in winkels of instanties in Parijs me opvallen, en de neutrale of passieve en negatieve steeds minder.
Die passieve, niet actief hulpvaardige houding valt me ook op in individuele gevallen, bijvoorbeeld bij collega’s. Ze willen je wel helpen als je erom vraagt, maar ze zullen hun hulp niet zo snel aanbieden als ik geneigd ben te doen. Ik denk dat dit te verklaren is uit het feit dat men zich hier minder met elkaar bemoeit, dat het niet als beleefd wordt gezien om je in andermans zaken te mengen. Daar is wat voor te zeggen, maar onder collega’s vind ik dat toch jammer. Een grappig voorbeeld vind ik dat iedereen na de lunch alleen zijn eigen bordje af wast. Ik lunch meestal niet mee, en eet bovendien mijn brood rechtstreek uit de zak, dus gebruik geen bord en heb dus geen afwas. Maar toen we een keer samen taart hadden gegeten, ging ik afwassen en zei ik tegen iedereen die een rij vormde ‘oh zet je bordje maar neer, ik doe het wel’. Nou, dat vonden ze toch bijzonder; ik werd door iedereen specifiek bedankt en zelfs aan ’t eind van de dag nog een keer door mijn bazin! Hoe vreemd ik het vind dat ze allemaal zeep op ’t sponsje doen, 1 bord, 1 mes, 1 vork inzepen en afspoelen en ’t sponsje weer uitspoelen, om het dan door te geven aan de volgende zodat die de procedure kan herhalen, zo vreemd is voor hen de gedachte dat je dat toch even voor je collega doet. Dat snap ik dan weer niet.
Het is maar een klein voorbeeld, maar het past in een breder beeld dat ik van de Fransen heb gevormd. Zoals gezegd komt dit mogelijk voort uit hun gewoonte om zich minder met elkaar te bemoeien, omdat dit niet beleefd is in de Franse cultuur. Ik merk dat ik liever wat meer interactie met de mensen om me heen heb, zowel t.a.v. hoeveel je elkaar mag vragen uit interesse, als t.a.v. hoeveel je je met elkaar mag bemoeien (mits positief, hulpvaardig). Ik moet erbij zeggen dat ik niet goed kan inschatten of deze sociale passiviteit iets algemeen Frans is, of specifiek voor de individualistische context van een grote, drukke stad als Parijs. Maar het feit dat ik eigenlijk geen echte Parijzenaren ken, duwt mijn vermoeden wel in een bepaalde richting.
De oplettende lezer heeft het al een tijdje door: dit is niet mijn lievelingscultuur. Tegelijkertijd herinner me dat ik in NL ook niet overal tevreden over was, dus ik ben heel benieuwd hoe ik dat t.z.t. weer ga ervaren!
Als voorbeeld van dat ze hier niet zo gevoelig zijn voor uiterlijk vertoon (of gewoon netheid) twee foto's van een theater. Ziet er best leuk uit, toch?
Maar dit zag ik ook:
Het is namelijk weer zomer. Zomer in Frankrijk betekent, behalve lekker bijkomen op zonnige stranden, zoiets als ‘reken maar niet dat je veel geregeld krijgt’. Niemand verbaast zich erover, iedereen bereidt zich erop voor. Mijn inbox stroomt vol met mailtjes van services op de faculteit met de mededeling dat ze sluiten voor een maand, met ‘vakantie’ als geaccepteerd excuus. Hoewel ik mogelijk niet meer helemaal objectief ben in mijn herinneringen t.a.v. Nl, heb ik ’t idee dat de meeste dingen daar wel gewoon door gaan, eventueel op halve kracht.
Ook veel privé-zaken, bijvoorbeeld horeca en kleine bedrijfjes of winkels, sluiten voor een maand of zelfs heel juli en augustus, zoals ik gisteren las op een papiertje dat op het rolluik van een bakker was geplakt. Vooral als je een terras in centrum Parijs hebt, lijkt me dat een goed voorbeeld van kostenderving. Maar goed; zelf weten!
Los daarvan vind ik winkels vaak ook gewoon vies (ook supermarkten, ook van het kaliber AH, hebben niet hetzelfde gevoel voor schoon en netjes als in NL) en slordig. Blijkbaar is ‘de Fransman’ hier minder gevoelig voor, want winkeliers maken maar weinig gebruik van visueel aantrekkelijke zaken om de klant gunstig te stemmen. Vriendelijkheid richting de klant om deze te paaien lijkt ook niet hun prioriteit te zijn …
Ook interessant in dat verband: toen hier een HEMA geopend werd, noemde ik in mijn promo-praatjes ook hoe soepel ze zijn t.a.v. dingen terugbrengen mét geld terug als je niet tevreden bent. De reactie van mijn collega’s was dat dat in Frankrijk echt niet zo zou zijn, dat dat bij geen enkele winkel kan. Het staat in grote letters vermeld op de muur achter de kassa, dus ik vermoed dat HEMA die filosofie ook in Frankrijk wil vasthouden. Het moet blijken of de Fransen snappen dat HEMA het ook écht meent, als dit niet in hun verwachtingspatroon past.
Ik heb het al vaker gehad over overheidsinstellingen, en ik neem voor het gemak de postkantoren erbij. Mensen denken niet met je mee, doen alleen waar ze echt niet onder uit lijken te kunnen komen, maar sturen je graag verder naar het volgende loket, of de volgende afspraak. Lange rijen, langzame bediening, want alles wordt eerst op een papiertje ingevuld en vervolgens met 2-vinger-typsysteem ingevoerd in de computer. Misschien denk je ‘hoeveel heb je nou te maken gehad met overheidsinstellingen’. Inderdaad; op zich had het mee kunnen vallen, maar aangezien de dingen zijn zoals ze zijn, moet je regelmatig terugkomen als je iets wilt regelen … zie daar de ervaring die zich opstapelt..!
Nog meer niet klant-gericht denken in het postkantoor: een brief naar de VS posten tot 20 gram kost 87 cent. De volgende categorie kost 1.85. Dat betekent: 2 x 87 cent PLUS 1 cent! Dat is niet handig! En ik had meer onhandige voorbeelden kunnen geven. Als je vraagt of ze handige bijplakzegels hebben, stellen ze voor dat je gewoon wat meer plakt. Maar dat soort praktijken ga ik natuurlijk niet stelselmatig extra sponsoren!
Laatst nam ik de metro richting Charles de Gaulle INTERNATIONAL airport. Omroepberichten (in dit geval het relevante bericht dat de metro niet door zou rijden totaan het vliegveld) werden alleen in het Frans omgeroepen ...
Het blijft me verbazen dat zoveel mensen hier niet lijken te snappen dat als je iets meer moeite doet, je makkelijk iemand kunt helpen, en dat dat een prettig gevoel van voldoening geeft. Dat een iets actievere houding niet alleen de klant tevreden stelt, maar jezelf ook beter doet voelen.
Een heel duidelijk voorbeeld van wat ik probeer te zeggen merkte ik op toen ik van Parijs naar Bristol vloog (waarvoor mijn oprechte excuses aan Moeder Natuur, vooral omdat het helemaal niet de meest praktische, goedkope of snelle route bleek). Op het vliegveld in Parijs waren alle vliegveldmedewerkers van neutraal tot nors gestemd. Douanebeambten keken slechts op van mijn paspoort om te kijken of de juiste persoon het overhandigd had, en een ‘bonjour’ in antwoord op mijn groet bleek teveel gevraagd. Aan de andere kant van de douane was het verschil in beleid niet te negeren: iedereen groet vriendelijk en maakt een praatje of grapje als de tijd en de procedure het toe staat.
Vroeger heb ik me wel gestoord aan de ‘lege, nietszeggende beleefdheid’ in Engeland en de VS, maar ik begin het steeds meer te waarderen (sinds ik in Frankrijk woon …). Of ze het nou met heel hun hart menen of niet, een beetje actieve vriendelijkheid creëert een fijnere sfeer, tegenwoordig geen overbodige luxe op vliegvelden. Bovendien lokken de vriendelijke medewerkers ook prettiger reacties uit, dus ik denk dat ze met een beter gevoel naar huis gaan dan norse medewerkers die niet proberen er het beste van te maken.
Op de terugweg zag ik precies hetzelfde, in omgekeerde volgorde. Op grond van wat ik heb geobserveerd in de bijna 3 jaar dat ik nu in Parijs woon, durf ik te zeggen dat het een algemeen cultuurverschil is. Mijn conclusie is dat de Fransen hierin iets belangrijks missen, namelijk dat je werk, interacties, je leven gewoon wat leuker wordt als je er iets meer energie in stopt. Helaas moet ik zeggen dat écht vriendelijke en actief meedenkende behandeling in winkels of instanties in Parijs me opvallen, en de neutrale of passieve en negatieve steeds minder.
Die passieve, niet actief hulpvaardige houding valt me ook op in individuele gevallen, bijvoorbeeld bij collega’s. Ze willen je wel helpen als je erom vraagt, maar ze zullen hun hulp niet zo snel aanbieden als ik geneigd ben te doen. Ik denk dat dit te verklaren is uit het feit dat men zich hier minder met elkaar bemoeit, dat het niet als beleefd wordt gezien om je in andermans zaken te mengen. Daar is wat voor te zeggen, maar onder collega’s vind ik dat toch jammer. Een grappig voorbeeld vind ik dat iedereen na de lunch alleen zijn eigen bordje af wast. Ik lunch meestal niet mee, en eet bovendien mijn brood rechtstreek uit de zak, dus gebruik geen bord en heb dus geen afwas. Maar toen we een keer samen taart hadden gegeten, ging ik afwassen en zei ik tegen iedereen die een rij vormde ‘oh zet je bordje maar neer, ik doe het wel’. Nou, dat vonden ze toch bijzonder; ik werd door iedereen specifiek bedankt en zelfs aan ’t eind van de dag nog een keer door mijn bazin! Hoe vreemd ik het vind dat ze allemaal zeep op ’t sponsje doen, 1 bord, 1 mes, 1 vork inzepen en afspoelen en ’t sponsje weer uitspoelen, om het dan door te geven aan de volgende zodat die de procedure kan herhalen, zo vreemd is voor hen de gedachte dat je dat toch even voor je collega doet. Dat snap ik dan weer niet.
Het is maar een klein voorbeeld, maar het past in een breder beeld dat ik van de Fransen heb gevormd. Zoals gezegd komt dit mogelijk voort uit hun gewoonte om zich minder met elkaar te bemoeien, omdat dit niet beleefd is in de Franse cultuur. Ik merk dat ik liever wat meer interactie met de mensen om me heen heb, zowel t.a.v. hoeveel je elkaar mag vragen uit interesse, als t.a.v. hoeveel je je met elkaar mag bemoeien (mits positief, hulpvaardig). Ik moet erbij zeggen dat ik niet goed kan inschatten of deze sociale passiviteit iets algemeen Frans is, of specifiek voor de individualistische context van een grote, drukke stad als Parijs. Maar het feit dat ik eigenlijk geen echte Parijzenaren ken, duwt mijn vermoeden wel in een bepaalde richting.
De oplettende lezer heeft het al een tijdje door: dit is niet mijn lievelingscultuur. Tegelijkertijd herinner me dat ik in NL ook niet overal tevreden over was, dus ik ben heel benieuwd hoe ik dat t.z.t. weer ga ervaren!
Als voorbeeld van dat ze hier niet zo gevoelig zijn voor uiterlijk vertoon (of gewoon netheid) twee foto's van een theater. Ziet er best leuk uit, toch?
Maar dit zag ik ook:
vrijdag 3 juni 2011
Verbazingwekkend
De (paar) trouwe lezers hebben de frequentie van mijn verhalen zien dalen. Veel dingen die me opvallen heb ik al beschreven. Sommige eerder voor mij opvallende zaken, vallen me nu niet meer op_ ik ben eraan gewend geraakt (als bewijs: ik kan niets eens een voorbeeld bedenken!).
Tegelijkertijd zijn er ook dingen die me blijven opvallen; waarvan ik maar niet kan begrijpen waarom ze het aanpakken zoals ze het aanpakken.
Zoals bijvoorbeeld het gebrek aan onderhoud van zowel privébezit als openbare gelegenheden: vieze muren, afbladderende verf; ook als je er niet op let, kun je het overal zien.
Dat het moeilijk is alles schoon te houden in een stoffige, vervuilde stad, snap ik. Maar dat je je kozijnen laat verrotten, omdat je ze na plaatsing nooit meer een nieuwe laag verf gunt, snap ik niet.
In het boek 'Du vin, du pain, du pindakaas' schrijft Roos Boum 'dat dingen voor de Fransman niet mooi hoeven te zijn, zolang ze maar functioneel zijn'. Dat vind ik een heel treffende beschrijving van wat ik overal om me heen zie. Met mijn Nederlandse referentiekader (iedere huiseigenaar geeft z'n houtwerk immers elke paar jaar een nieuwe lik verf, toch!?) in het achterhoofd, blijf ik me verbazen.
Tripjes terug naar NL versterken mijn observaties tav dit culturele verschil. Grappig is dat bezoekende NLse vrienden meestal snappen waar ik het over heb, en dat Zuid-Europese vrienden het duidelijk minder opvalt. Er is echt een culturele component en referentiekader bepaalt heel veel over hoe je dingen ziet. (en ik moet concluderen dat dat me zo kritisch maakt tav Frankrijk, meer dan de Zuid-Europeanen, voor hen is het hier gemiddeld genomen best heel goed geregeld).
Nederland is zooo netjes, goed bijgehouden, georganiseerd. En ja, ik mer steeds meer dat me dat wel bevalt!
Maar, ik had een blog entry over Verbazing en Franse muziek belooft! Dat blijft veelvuldig een bron van ultieme verbazing onder de buitenlanders in ons lab. Ik heb een lange carrière als lab-dj: op één of andere manier heb ik het vaak gepresteerd de 'muziek-tiran' te worden op mijn eerdere werkplekken (hetgeen ik zo sociaal mogelijk probeer aan te pakken). Vaak luisteren we naar mijn iPod. Maar sinds één collega een nieuwe telefoon heeft waar ze ook radio mee kan luisteren, wordt die steeds vaker aan de boxjes gehangen. Drie collegas hebben voorkeur voor mijn iPod, maar ja, je probeert het toch gezellig te houden. Dus we luisteren ook vaak Franse Radio. En dan krijg je Franse muziek! Er was ooit een regel (wet) dat Franse radiozenders een aanzienlijk percentage van de tijd Franse muziek moesten draaien. Dat is inmiddels wel wat versoepeld, maar het is nog steeds een aanzienlijk deel. En da's jammer, als je 't mij vraagt.
Fransen leren dat Franse muziek meer om de tekst gaat, en dat de teksten diepzinniger zijn dan bijv. Engelse muziek (om alle Engelse muziek maar even over één kam te scheren). Onschuldige, maar effectieve propaganda!
Maar stel dat je zoiets zo algemeen zou kunnen zeggen, wil je dan nog steeds niet liever dat die teksten worden gezongen door een aangename stem, en niet vals?
Ik vraag het me vaak af; er komt wat voorbij! Bij mij komt veel Franse muziek echt niet lekker binnen. Ear-piercing comes to mind.
Natuurlijk hangt het af van het radiostation dat je kiest, maar een goed station hebben we nog niet gevonden. Het 'station de pop-róck' speelt wel Engelse muziek, maar elke dag dezelfde jaren '80 hits gaat vervelen! Ze hebben een kleinere cd-collectie dan Sky Radio!
Echt apart hoe anders men hier tegen Franse muziek aan kijkt, dan wij tegen Nederlandse muziek. Beleid heeft verstrekkende gevolgen (inclusief slechtere beheersing van de Engelse taal).
Als je altijd hoort dat Franse muziek/cultuur superieur is aan dat van andere landen, word je minder kritisch, is mijn conclusie.
Want niemand anders (behalve mijn Portugese collega, met wie ik mijn verbazing over Franse muziek deel) leek ongemakkelijk te worden van de twee vals zingende zangers in de (synthesizer!) band op de eerderbeschreven bruiloft, die 'cotton eye joe' fonetisch murmulden, want ja 't is best een moeilijke, snelle tekst. Plaatsvervangende schaamte maakte zich van mij meester.
De muzikanten waren op de bruiloft trouwens met ons aan tafel gezet _ ik heb wel eens meer zin gehad om gebruik te maken van een gelegenheid om met 'de band' in contact te komen!
Tegelijkertijd zijn er ook dingen die me blijven opvallen; waarvan ik maar niet kan begrijpen waarom ze het aanpakken zoals ze het aanpakken.
Zoals bijvoorbeeld het gebrek aan onderhoud van zowel privébezit als openbare gelegenheden: vieze muren, afbladderende verf; ook als je er niet op let, kun je het overal zien.
Dat het moeilijk is alles schoon te houden in een stoffige, vervuilde stad, snap ik. Maar dat je je kozijnen laat verrotten, omdat je ze na plaatsing nooit meer een nieuwe laag verf gunt, snap ik niet.
Tripjes terug naar NL versterken mijn observaties tav dit culturele verschil. Grappig is dat bezoekende NLse vrienden meestal snappen waar ik het over heb, en dat Zuid-Europese vrienden het duidelijk minder opvalt. Er is echt een culturele component en referentiekader bepaalt heel veel over hoe je dingen ziet. (en ik moet concluderen dat dat me zo kritisch maakt tav Frankrijk, meer dan de Zuid-Europeanen, voor hen is het hier gemiddeld genomen best heel goed geregeld).
Nederland is zooo netjes, goed bijgehouden, georganiseerd. En ja, ik mer steeds meer dat me dat wel bevalt!
Maar, ik had een blog entry over Verbazing en Franse muziek belooft! Dat blijft veelvuldig een bron van ultieme verbazing onder de buitenlanders in ons lab. Ik heb een lange carrière als lab-dj: op één of andere manier heb ik het vaak gepresteerd de 'muziek-tiran' te worden op mijn eerdere werkplekken (hetgeen ik zo sociaal mogelijk probeer aan te pakken). Vaak luisteren we naar mijn iPod. Maar sinds één collega een nieuwe telefoon heeft waar ze ook radio mee kan luisteren, wordt die steeds vaker aan de boxjes gehangen. Drie collegas hebben voorkeur voor mijn iPod, maar ja, je probeert het toch gezellig te houden. Dus we luisteren ook vaak Franse Radio. En dan krijg je Franse muziek! Er was ooit een regel (wet) dat Franse radiozenders een aanzienlijk percentage van de tijd Franse muziek moesten draaien. Dat is inmiddels wel wat versoepeld, maar het is nog steeds een aanzienlijk deel. En da's jammer, als je 't mij vraagt.
Fransen leren dat Franse muziek meer om de tekst gaat, en dat de teksten diepzinniger zijn dan bijv. Engelse muziek (om alle Engelse muziek maar even over één kam te scheren). Onschuldige, maar effectieve propaganda!
Maar stel dat je zoiets zo algemeen zou kunnen zeggen, wil je dan nog steeds niet liever dat die teksten worden gezongen door een aangename stem, en niet vals?
Ik vraag het me vaak af; er komt wat voorbij! Bij mij komt veel Franse muziek echt niet lekker binnen. Ear-piercing comes to mind.
Natuurlijk hangt het af van het radiostation dat je kiest, maar een goed station hebben we nog niet gevonden. Het 'station de pop-róck' speelt wel Engelse muziek, maar elke dag dezelfde jaren '80 hits gaat vervelen! Ze hebben een kleinere cd-collectie dan Sky Radio!
Echt apart hoe anders men hier tegen Franse muziek aan kijkt, dan wij tegen Nederlandse muziek. Beleid heeft verstrekkende gevolgen (inclusief slechtere beheersing van de Engelse taal).
Als je altijd hoort dat Franse muziek/cultuur superieur is aan dat van andere landen, word je minder kritisch, is mijn conclusie.
Want niemand anders (behalve mijn Portugese collega, met wie ik mijn verbazing over Franse muziek deel) leek ongemakkelijk te worden van de twee vals zingende zangers in de (synthesizer!) band op de eerderbeschreven bruiloft, die 'cotton eye joe' fonetisch murmulden, want ja 't is best een moeilijke, snelle tekst. Plaatsvervangende schaamte maakte zich van mij meester.
De muzikanten waren op de bruiloft trouwens met ons aan tafel gezet _ ik heb wel eens meer zin gehad om gebruik te maken van een gelegenheid om met 'de band' in contact te komen!
zondag 29 mei 2011
Trouwen op het Franse platteland
Tijdens een weekend in London ging hij op de knieën. De maandag erop vertelde zij dat ze ging trouwen. Dit weekend was het zover: mijn collegaatje is getrouwd. Langer dan een jaar hebben we meegeleefd met de voorbereidingen: het werd groots aangepakt! Zoals dat een goede plattelandsbruiloft betaamd.
Mijn collega reist elke ochtend en avond bijna 2 uur vanaf 'sa campagne' met de trein (dagen met stakingen van de SNCF daargelaten, maar daar heb ik 't een andere keer over!) om in de Grote Stad te werken. Verder speelt haar leven zich in kleine dorpjes tussen de vlakke velden ten zuiden van Parijs af.
Terug naar de voorbereidingen, want het waren er veel! Maar ze stond er niet alleen voor. Op de trouwkaart staat: 'Bruid en bruidegom, omgeven door hun ouders, kondigen aan...'. Dat had ik nog niet eerder gezien. Dat blijkt ook gevolgen te hebben voor waar de rekening naar toe gaat: naar beide ouders. En de ouders betalen niet alleen, ze bepalen ook! Ze blijken niet alleen 'mee te denken' tav de ceremonie, maar hebben ook een aardige vinger in de gastenlijstpap. Er komen mensen die de bruid niet kent..
Dit verbaast me; ik heb dit in NL nog nooit gehoord, maar ik zeg erbij dat mijn trouwervaring beperkt is.
Ik denk ook dat zij dit anders ervaart dan ik zou doen, omdat hun dagelijks leven erg verweven is met dat van haar ouders (wonen een paar km verderop) en haar schoonouders (wonen een paar huizen verderop).
De ouders zijn in de buurt erg bekend: vader is een belangrijke 'artisan' electriciën (ambachtelijk, hij is een 'artisan', zeggen ze, dus bekend. Ik geloof niet dat wij in NL een vergelijkbaar fenomeen hebben) en moeder zit in de dorps/gemeenteraad (conseil municipal). En dat heeft gevolgen voor de gastenlijst!
Een 'select' gezelschap van ~180 mensen was daarna uitgenodigd voor het diner en feest, in de lokale multifunctionele feestzaal. Maar eerst was het uiteraard tijd voor het apéritief _ meer champagne! Om 23.00 uur was het tijd voor het hoofdgerecht (ja, inclusief een plakkie foie gras), om 0.00 uur de kaas, en om 1.00 uur het toetje! Tussen de gangen door was er een paar filmpjes/stukjes van vrienden, en alvast een voorproefje van disco-bij-tl-licht. Het bleef niet bij het voorproefje (later gingen wel de meeste tl-lichten uit).
Het einde van een Franse bruiloft heeft een voor mij nieuw en interessant/grappig aspect: de bruid en bruidegom proberen ongemerkt het pand te verlaten, om naar een geheime slaapplaats te gaan. De gasten gaan ze daarna zoeken, waar de nachtrust van menig buurtbewoner onder heeft te lijden, om ze vervolgens bruut uit hun slaap te halen. Daarna is het tijd voor uiensoep voor de gasten.
Drie collega's bleven nog wachten op 'de uiensoep', maar toen hij om 5.30 nog steeds niet stond te dampen, en het paar nog op de dansvloer stond, zijn ze ook weg gegaan.
In een dorp waar iedereen je kent is het lastig een geheime slaapplaats te vinden. Met hulp van de scouting werd het een tent in de tuin waar de receptie was. Erg koud, want ze waren de matrassen vergeten. Gelukkig werden ze na een uur al door 15 vrienden gevonden, en, verrassend aardig en mild (gezien de traditie), verwend met een ontbijtmand in de tent. Daarna konden ze huiswaarts keren om een paar uurtjes te slapen, totdat de volgende traditie weer op de loer lag: samen met de gasten 'de restjes' van het feestmaal opeten. Maar aangezien het een geserveerd maal was, waren er geen (heropdienbare) restjes, dus hebben ze een buffet geregeld. Dat zal wel restjes opleveren op maandag ...
De lengte van dit verhaal laat zien dat dingen er op een paar honderd km afstand van NL toch heel anders aan toe gaan! Leuk om mee te mogen maken; het was een mooie dag. En ik wil met nadruk toevoegen dat er geen Franse slag te bekennen was (muv de in de magnetron opgewarmde borrelhapjes, maar goed, ze hebben gewoon niet zoveel met knapperig als ik/NL). Aan alles was gedacht om het een mooie, goed verzorgde dag te maken. Heel leuk.
dinsdag 19 april 2011
Gewoon beleefd?
Van overdreven/lege beleefdheid kan ik op z'n tijd wat kriegel (danwel agressief) worden, maar normaalgesproken pleit ik voor wat beleefdheid en respect. Maar ondanks de beste bedoelingen blijkt dat niet altijd eenvoudig: ik heb een verrassend cultureel verschil geconstateerd.
Stel je een situatie voor waarbij je luncht met een nieuwe collega. In NL is het dan volgens mij een soort sociale verplichting om een aantal (neutrale) vragen te stellen, om zo door interesse te tonen, de nieuwe collega op zijn/haar gemak te stellen. Behalve dat dit ‘beleefd’ is, vindt de gemiddelde NLer het volgens mij ook gewoon leuk of normaal om wat algemene dingen over het leven van de collega te weten.
Zo niet de Fransen.
Vragen stellen over het privéleven van een collega doe je namelijk niet (oeps!), dus om een nieuw iemand op zijn gemak te stellen, kijk je tijdens die eerste lunches zwijgzaam voor je uit, of praat je met de mensen die je wel al kent.
Ik had lang geleden wel al opgemerkt dat mijn Franse collega’s minder vragen stellen (en minder vertellen) over hun privéleven dan ik van Nlse collega’s (en mezelf) gewend was, maar dat het een algemeen Frans verschijnsel kon zijn, had ik niet geconcludeerd. Ik kwam erachter toen mijn bazin opmerkte dat een vraag van een Nler, tijdens een etentje op een congres, over hoe groot haar Parijse appartement is, toch wel erg persoonlijk was. Ik ken de beste man niet, maar ik kan me voorstellen dat (niemand een woord zegt! en dat) hij (de stilte wil doorbreken en) zich af vraagt hoe dat nou werkt in zo’n drukke, dure stad, zonder per se de details te hoeven over haar salaris, vermogen, of huur. Hij zal zich van geen kwaad bewust zijn geweest, vermoed ik.
’t Feit dat ik dit verschil pas recent ontdekte moet wel betekenen dat ik ook regelmatig onbehoorlijke vragen heb gesteld! (en ik ben ermee weg gekomen, dus ik ga daar niets aan veranderen!)
Ik vraag vaak aan mijn collega’s of ze speciale/leuke plannen hebben voor het weekend, zodat ik daar op maandag naar kan vragen. Vooral bij labwerk, waar niet steeds opperste concentratie vereist is, vind ik het leuk als je wat te kletsen hebt, en dat is vaak interessanter als je wat van elkaars levens weet.
Als mijn collega’s mij vragen of ik een leuk weekend heb gehad, geef ik automatisch antwoord met een beetje meer informatie dan alleen ‘ja’. Als ik het hen vroeg, zeiden ze ‘goed’. Einde gesprek.
Dit verschil hebben we wel eens geanalyseerd. Zij zeiden: ‘maar ik dacht dat het jou niet interesseert wat ik doe in ’t weekend.’ Tja, ik vroeg het toch? ‘Oh ja.’
Nadat ik had uitgelegd dat ik het leuker vind als je iets meer weet van elkaar, aangezien je toch al snel zo’n 8, 9, 10 uur per dag met elkaar in dezelfde ruimte bent, zeiden ze: ‘ja, dat is eigenlijk ook wel zo’.
Inmiddels weten we redelijk met wie we te maken hebben, niet alleen door bovenstaande gesprekken natuurlijk. Je leert elkaar wel kennen, maar het gaat langzamer dan in Nl. Mijn onbeleefde vragen hebben ongetwijfeld bijgedragen aan een versneld proces. Ik vind het er gezelliger op geworden – en ik denk de anderen ook. Ter bevestiging daarvan kan ik zeggen dat ik net als vorig jaar weer voor een weekend ben uitgenodigd bij een (oudere) collega en haar man op het platteland, én ik ben uitgenodigd voor de trouwerij eind mei van de jongere collega die op het platteland woont. Interessant om te horen hoe de trouwtradities daar zijn _ zeg maar traditioneel! Daar kan ik ook nog wel eens wat woorden aan wijden.
Verder grappig in deze context: we hebben nu een Costa Ricaanse student, die duidelijk even weinig van de Franse terughoudendheid moet hebben; ze kletst wat af, vertelt en vraagt. De Fransen blijken niet altijd zin te hebben om vol aandacht te luisteren. Ik doe dat wel meer, omdat ik haar enthousiasme om ervaringen, gedachten, met collega’s te delen wel herken …
Het is me ook opgevallen dat ik haar sneller en actiever te hulp schiet bij het overleven in Parijs in het algemeen, of de Franse bureaucratie in het bijzonder. Hoewel mijn collega’s haar best willen helpen als ze er letterlijk om vraagt, lijkt het alom aanwezige gebrek (kan dat?) aan servicegerichtheid ook een beetje bij hen te zijn ingesleten…
(ondanks dat ik net een nieuwe (pracht) camera heb gekocht, en ik daar erg enthousiast van word, heb ik geen ideeën voor een begeleidend plaatje)
Stel je een situatie voor waarbij je luncht met een nieuwe collega. In NL is het dan volgens mij een soort sociale verplichting om een aantal (neutrale) vragen te stellen, om zo door interesse te tonen, de nieuwe collega op zijn/haar gemak te stellen. Behalve dat dit ‘beleefd’ is, vindt de gemiddelde NLer het volgens mij ook gewoon leuk of normaal om wat algemene dingen over het leven van de collega te weten.
Zo niet de Fransen.
Vragen stellen over het privéleven van een collega doe je namelijk niet (oeps!), dus om een nieuw iemand op zijn gemak te stellen, kijk je tijdens die eerste lunches zwijgzaam voor je uit, of praat je met de mensen die je wel al kent.
Ik had lang geleden wel al opgemerkt dat mijn Franse collega’s minder vragen stellen (en minder vertellen) over hun privéleven dan ik van Nlse collega’s (en mezelf) gewend was, maar dat het een algemeen Frans verschijnsel kon zijn, had ik niet geconcludeerd. Ik kwam erachter toen mijn bazin opmerkte dat een vraag van een Nler, tijdens een etentje op een congres, over hoe groot haar Parijse appartement is, toch wel erg persoonlijk was. Ik ken de beste man niet, maar ik kan me voorstellen dat (niemand een woord zegt! en dat) hij (de stilte wil doorbreken en) zich af vraagt hoe dat nou werkt in zo’n drukke, dure stad, zonder per se de details te hoeven over haar salaris, vermogen, of huur. Hij zal zich van geen kwaad bewust zijn geweest, vermoed ik.
’t Feit dat ik dit verschil pas recent ontdekte moet wel betekenen dat ik ook regelmatig onbehoorlijke vragen heb gesteld! (en ik ben ermee weg gekomen, dus ik ga daar niets aan veranderen!)
Ik vraag vaak aan mijn collega’s of ze speciale/leuke plannen hebben voor het weekend, zodat ik daar op maandag naar kan vragen. Vooral bij labwerk, waar niet steeds opperste concentratie vereist is, vind ik het leuk als je wat te kletsen hebt, en dat is vaak interessanter als je wat van elkaars levens weet.
Als mijn collega’s mij vragen of ik een leuk weekend heb gehad, geef ik automatisch antwoord met een beetje meer informatie dan alleen ‘ja’. Als ik het hen vroeg, zeiden ze ‘goed’. Einde gesprek.
Dit verschil hebben we wel eens geanalyseerd. Zij zeiden: ‘maar ik dacht dat het jou niet interesseert wat ik doe in ’t weekend.’ Tja, ik vroeg het toch? ‘Oh ja.’
Nadat ik had uitgelegd dat ik het leuker vind als je iets meer weet van elkaar, aangezien je toch al snel zo’n 8, 9, 10 uur per dag met elkaar in dezelfde ruimte bent, zeiden ze: ‘ja, dat is eigenlijk ook wel zo’.
Inmiddels weten we redelijk met wie we te maken hebben, niet alleen door bovenstaande gesprekken natuurlijk. Je leert elkaar wel kennen, maar het gaat langzamer dan in Nl. Mijn onbeleefde vragen hebben ongetwijfeld bijgedragen aan een versneld proces. Ik vind het er gezelliger op geworden – en ik denk de anderen ook. Ter bevestiging daarvan kan ik zeggen dat ik net als vorig jaar weer voor een weekend ben uitgenodigd bij een (oudere) collega en haar man op het platteland, én ik ben uitgenodigd voor de trouwerij eind mei van de jongere collega die op het platteland woont. Interessant om te horen hoe de trouwtradities daar zijn _ zeg maar traditioneel! Daar kan ik ook nog wel eens wat woorden aan wijden.
Verder grappig in deze context: we hebben nu een Costa Ricaanse student, die duidelijk even weinig van de Franse terughoudendheid moet hebben; ze kletst wat af, vertelt en vraagt. De Fransen blijken niet altijd zin te hebben om vol aandacht te luisteren. Ik doe dat wel meer, omdat ik haar enthousiasme om ervaringen, gedachten, met collega’s te delen wel herken …
Het is me ook opgevallen dat ik haar sneller en actiever te hulp schiet bij het overleven in Parijs in het algemeen, of de Franse bureaucratie in het bijzonder. Hoewel mijn collega’s haar best willen helpen als ze er letterlijk om vraagt, lijkt het alom aanwezige gebrek (kan dat?) aan servicegerichtheid ook een beetje bij hen te zijn ingesleten…
(ondanks dat ik net een nieuwe (pracht) camera heb gekocht, en ik daar erg enthousiast van word, heb ik geen ideeën voor een begeleidend plaatje)
vrijdag 11 maart 2011
Wat ik zag in New York City
Hier zoals beloofd wat meer foto's die ik maakte in New York City.
'The City' (financial district) vanaf Williamsburg bridge.
Bridge with a view.


Het heeft één nacht gesneeuwd:
Central Park was echt prachtig in de sneeuw, met de strak blauwe lucht erboven en een felle zon. Het was -5C, maar heerlijk!


DUMBO: down under Manhattan Bridge overpass __ wat ruwer, verwaarloosd deel van Brooklyn, waar nu allerlei kunstzinnige initiatieven ontspruiten. Leuk!
Brooklyn


En weer val ik op de mix van verschillende architectuur stijlen en periodes!

Zoals je misschien op valt, vond ik het soms leuk voor de foto om er een yellow cab bij op te zetten. Ik wil wel verklappen dat dat geen uitdaging was: ze zijn echt overal! (ik ging zelfs opletten dat ze niet op alle foto's kwamen, om nog een beetje verschillende plaatjes te schieten!)

Museum of Modern Art (MoMA)
Licht/schaduwspel in MoMA
MoMA café
En een terrasje op Times Square
Van al dat rondlopen word je moe, dus ik moest af en toe uitrusten in een caféetje!
De herinneringen vervagen misschien na een tijdje, maar gelukkig heb ik de foto's nog!
En voor wie dit nog niet genoeg vindt, hier is nog meer te zien.
'The City' (financial district) vanaf Williamsburg bridge.




Central Park was echt prachtig in de sneeuw, met de strak blauwe lucht erboven en een felle zon. Het was -5C, maar heerlijk!


Brooklyn

En weer val ik op de mix van verschillende architectuur stijlen en periodes!

Zoals je misschien op valt, vond ik het soms leuk voor de foto om er een yellow cab bij op te zetten. Ik wil wel verklappen dat dat geen uitdaging was: ze zijn echt overal! (ik ging zelfs opletten dat ze niet op alle foto's kwamen, om nog een beetje verschillende plaatjes te schieten!)

Museum of Modern Art (MoMA)

De herinneringen vervagen misschien na een tijdje, maar gelukkig heb ik de foto's nog!
En voor wie dit nog niet genoeg vindt, hier is nog meer te zien.
maandag 28 februari 2011
Geuren in Amerika
Ik ben gezegend, soms vervloekt, met een scherpe neus. Of ik het nou wil of niet; ik ben me dus vaak erg bewust van de geuren om me heen.
Op straat lopend in New York, rook ik afwisselend de zoete warme geur van drogers in wasserijen, romige dampen van gesmolten kaas komend van de restaurantjes en 'eetkarren' die nooit ver weg zijn, en de voor mij zo herkenbare en aan Amerika gekoppelde geur van kauwgom (uiteraard energiek en met open mond gekauwd). Ze hebben een ander soort mint dan wij in Europa gewend zijn. Er zit iets doorheen, wat voor Europeanen denk ik vaak medicinale associaties oproept (het is bekend dat ze daar niet vies van zijn).
Hoewel ik erg gehecht ben aan mijn favoriet Stimorol Freshmint en deze nog steeds importeer uit NL, en hoewel het water me niet op ieder uur van de dag in de mond loopt bij de gedachte aan rich, melted, drippin' chees __ deze geuren waren een welkome afwisseling van de mufheid, onfrisse adem en zweetlucht die ik in Parijs zo vaak tegen kom...
Op straat lopend in New York, rook ik afwisselend de zoete warme geur van drogers in wasserijen, romige dampen van gesmolten kaas komend van de restaurantjes en 'eetkarren' die nooit ver weg zijn, en de voor mij zo herkenbare en aan Amerika gekoppelde geur van kauwgom (uiteraard energiek en met open mond gekauwd). Ze hebben een ander soort mint dan wij in Europa gewend zijn. Er zit iets doorheen, wat voor Europeanen denk ik vaak medicinale associaties oproept (het is bekend dat ze daar niet vies van zijn).
Hoewel ik erg gehecht ben aan mijn favoriet Stimorol Freshmint en deze nog steeds importeer uit NL, en hoewel het water me niet op ieder uur van de dag in de mond loopt bij de gedachte aan rich, melted, drippin' chees __ deze geuren waren een welkome afwisseling van de mufheid, onfrisse adem en zweetlucht die ik in Parijs zo vaak tegen kom...
8 dagen in New York City_ wat observaties
Bij wijze van verlate zomervakantie 2010 was ik de afgelopen week in New York City op vakantie. Ik heb veel rondgelopen, uiteraard met de camera in de aanslag, en keek rond.
Net zoals Parijs geen Frankrijk is, is NYC niet de vergelijken met de rest van de VS. Toch zag ik veel dingen die ik herken, en me herinner als opvallend, van eerdere bezoeken aan Amerika.
Amerika __
_Land van veiligheidsmaatregelen; waar je toch officieel toestemming moeten krijgen om het land zonder visum in te komen, ook al kom je uit een land waarmee de VS een overeenstemming heeft dat de inwoners geen visum nodig hebben voor een bezoek van korter dan 3 maanden.
_Land van norse douanebeambten, die je het gevoel geven dat je misschien toch van plan bent een terroristische aanslag te plegen, waarvan één dan toch (verder nors mompelend, dat wel) een praatje met je blijkt te willen maken, omdat hij ook geneticus had willen worden.
_Land waar het (blijkbaar) verplicht is dat er een bordje op de wc van horeca-gelegenheden hangt dat zegt 'employees must wash hands before returning to work', want als er geen officieel bordje hangt, dan wel een handgeschreven briefje. (ik zou 't zelf logischer vinden dat zoiets voor zich spreekt en geen regel/wet nodig heeft).
_Land van 'caution wet floor'-pilonnen.
(ja,ook als het regent)
_Land van vlaggen, overal.
Op iedere bus en metro.

_Land waar militairen in uniform gratis de Empire State Building (en meer) mogen bezoeken (toch 21 dollar winst na alle genomen risico's).
_Land van bumperstickers om 'our troops' te steunen, en emblemen op petjes en jassen om de dappere brandweermannen te bedanken voor hun heldendaden op 9/11.
_Land van de open toiletten _ scholen, vliegvelden en andere openbare gelegenheden lijken allemaal dezelfde toilet-hok-constructies te hebben besteld __ die met die kieren aan alle kanten. Ik blijf me afvragen: waarom? en: hebben Amerikanen daardoor minder problemen met plassen in public?
(vergeten een foto te maken, dus om mijn verbazing te verduidelijken voor wie nog nooit in de VS is geweest: een plaatje van Internet)
_Land waar veel vrouwen een stemgeluid hebben dat je in Europa niet vaak hoort. Schel, anders. Ear-pearcing comes to mind _ and that ain't a good thing!
Voor jullie comfort: geen foto, en ook geen geluidsfragment! Ik weet zeker dat velen weten waar ik het over heb.
_Gelukkig inmiddels óók land van (hier en daar) aandacht voor het milieu: bio blijkt hip, te zien aan bv. de vele hippe organic lunchtentjes. Het is een bekende marketing truc met als doelgroep de jonge welgetelde en bewuste yup: wie trapt er niet in!
In supermarkten duiken ook meer biologische producten op, die ze dan - heel milieubewust- in een paieren zak naar huis dragen, want plastic is zo slecht. Oh nee, in 2 papieren zakken, voor de zekerheid; is dat dan 2x zo milieubewust?
Met andere woorden: ik blijf me verbazen over hoeveel mensen zonder tas naar de supermarkt gaan: meestal weet je vantevoren dat je met meer naar buiten komt dan je naar binnen ging ...
En ook: land van de service.
Mensen zijn aardig! En hulpvaardig.
Op straat is het me vaak overkomen dat, zodra ik even op mijn plattegrond keek, iemand vroeg of ik hulp nodig had. Dat hoef je niet te doen, dus da's aardig. En ook al moeten ze in winkels en achter balies waarschijnlijk zo vriendelijk doen als ze doen, ik heb hier best vaak het idee dat ze het nog menen ook!
Het goede eraan is dat als mensen actief aardig doen, je er zelf ook een schepje bovenop doet, merkte ik. En dat zal vast ook voor anderen gelden. Dus 't wordt er gezelliger, positiever op!
Waar ik me eerder in de VS en GB stoorde aan overdreven, lege beleefdheid, kan ik het nu dus beter hebben. Of het om compleet verschillende situaties gaat, vind ik moeilijk om in te schatten.
Misschien ligt de verklaring van deze revolutie in mijn verblijf in het duidelijk minder service-gerichte Frankrijk...
(oeps: schrijf ik een blog entry over Amerika, ben ik nóg kritisch over Frankrijk!)
Voor wie 't leuk vindt om te zien wat ik zoal gezien en geschoten heb: binnenkort meer!
Net zoals Parijs geen Frankrijk is, is NYC niet de vergelijken met de rest van de VS. Toch zag ik veel dingen die ik herken, en me herinner als opvallend, van eerdere bezoeken aan Amerika.
_Land van veiligheidsmaatregelen; waar je toch officieel toestemming moeten krijgen om het land zonder visum in te komen, ook al kom je uit een land waarmee de VS een overeenstemming heeft dat de inwoners geen visum nodig hebben voor een bezoek van korter dan 3 maanden.
_Land van norse douanebeambten, die je het gevoel geven dat je misschien toch van plan bent een terroristische aanslag te plegen, waarvan één dan toch (verder nors mompelend, dat wel) een praatje met je blijkt te willen maken, omdat hij ook geneticus had willen worden.
_Land waar het (blijkbaar) verplicht is dat er een bordje op de wc van horeca-gelegenheden hangt dat zegt 'employees must wash hands before returning to work', want als er geen officieel bordje hangt, dan wel een handgeschreven briefje. (ik zou 't zelf logischer vinden dat zoiets voor zich spreekt en geen regel/wet nodig heeft).
_Land van 'caution wet floor'-pilonnen.
_Land van vlaggen, overal.
_Land waar militairen in uniform gratis de Empire State Building (en meer) mogen bezoeken (toch 21 dollar winst na alle genomen risico's).
_Land van bumperstickers om 'our troops' te steunen, en emblemen op petjes en jassen om de dappere brandweermannen te bedanken voor hun heldendaden op 9/11.
_Land van de open toiletten _ scholen, vliegvelden en andere openbare gelegenheden lijken allemaal dezelfde toilet-hok-constructies te hebben besteld __ die met die kieren aan alle kanten. Ik blijf me afvragen: waarom? en: hebben Amerikanen daardoor minder problemen met plassen in public?
(vergeten een foto te maken, dus om mijn verbazing te verduidelijken voor wie nog nooit in de VS is geweest: een plaatje van Internet)

_Land waar veel vrouwen een stemgeluid hebben dat je in Europa niet vaak hoort. Schel, anders. Ear-pearcing comes to mind _ and that ain't a good thing!
Voor jullie comfort: geen foto, en ook geen geluidsfragment! Ik weet zeker dat velen weten waar ik het over heb.
_Gelukkig inmiddels óók land van (hier en daar) aandacht voor het milieu: bio blijkt hip, te zien aan bv. de vele hippe organic lunchtentjes. Het is een bekende marketing truc met als doelgroep de jonge welgetelde en bewuste yup: wie trapt er niet in!
In supermarkten duiken ook meer biologische producten op, die ze dan - heel milieubewust- in een paieren zak naar huis dragen, want plastic is zo slecht. Oh nee, in 2 papieren zakken, voor de zekerheid; is dat dan 2x zo milieubewust?
Met andere woorden: ik blijf me verbazen over hoeveel mensen zonder tas naar de supermarkt gaan: meestal weet je vantevoren dat je met meer naar buiten komt dan je naar binnen ging ...
En ook: land van de service.
Mensen zijn aardig! En hulpvaardig.
Op straat is het me vaak overkomen dat, zodra ik even op mijn plattegrond keek, iemand vroeg of ik hulp nodig had. Dat hoef je niet te doen, dus da's aardig. En ook al moeten ze in winkels en achter balies waarschijnlijk zo vriendelijk doen als ze doen, ik heb hier best vaak het idee dat ze het nog menen ook!
Het goede eraan is dat als mensen actief aardig doen, je er zelf ook een schepje bovenop doet, merkte ik. En dat zal vast ook voor anderen gelden. Dus 't wordt er gezelliger, positiever op!
Waar ik me eerder in de VS en GB stoorde aan overdreven, lege beleefdheid, kan ik het nu dus beter hebben. Of het om compleet verschillende situaties gaat, vind ik moeilijk om in te schatten.
Misschien ligt de verklaring van deze revolutie in mijn verblijf in het duidelijk minder service-gerichte Frankrijk...
(oeps: schrijf ik een blog entry over Amerika, ben ik nóg kritisch over Frankrijk!)
Voor wie 't leuk vindt om te zien wat ik zoal gezien en geschoten heb: binnenkort meer!
zondag 30 januari 2011
Georganiseerde creativiteit
blijkt niet te werken.
Vol enthousiasme had ik me bij het stadhuis aangemeld om dit jaar een modeltekencursus te gaan doen. Eerder had ik me al eens positief uitgelaten (ja, het gebeurt!) over het brede aanbod flink gesubsidieerde cursussen in Parijs. Ik zag hierin een kans om eindelijk eens meer, en regelmatiger, iets te doen met mijn creatieve aspiraties, want thuis komt er van dat soort ideeën altijd maar weinig terecht.
Maar tegenwoordig komt er ook van de georganiseerde aanpak niets terecht! En dit keer is het niet de schuld van de Fransen!


Blijkbaar zit ik niet op mijn plek bij deze 'cursus', want het aantal keren dat ik redenen vond om niet te gaan is aanzienlijk. Normaalgesproken ben ik behoorlijk plichtsgetrouw in dat ik, als men iets voor me organiseert en ik heb gezegd dat ik kom, ik kom. Maar bij deze cursus wordt geen les gegeven, het is meer een 'moment waarop je de gelegenheid krijgt een model na te tekenen' (vandaar mijn aanhalingstekens bij 'cursus'). Het is niet zo dat je iets hebt gemist als je niet bent geweest.
Dat is leuk als je al een stijl hebt ontwikkeld en je lekker met allerlei materialen aan de slag wilt en kunt. Maar, ik heb mijn talenten op dit vlak nog niet kunnen vinden, en word daarin ook niet gestuurd.
De 'klassikale instructies' van de 'docent' gaan niet veel verder dan 'tja, wat zal ik zeggen ... dit stuk is heel interessant, mooi. Dat niet, dat slaat nergens op, ik weet 't niet, tja, wat zal ik zeggen. Ga met díe stijl verder'.
Hoewel zijn instructies om je op het model te concentreren, de lijnen te voelen en niet na te denken over of het 'mooi' wordt wel erg nuttig is (maar moeilijk!), merk ik dat ik liever iest meer sturing had gehad, iets meer zou leren over hoe een menselijk lichaam te tekenen. Niet per se allemaal regeltjes over verhoudingen en hulplijnen, ik snap wel dat een tekening interessanter is als hij minder precies, met meer gevoel gemaakt is. Maar ik blijf het leuker vinden als je op mijn papier kunt zien wie of wat er op het podium heeft gestaan.
Dit blijkt het dus niet helemaal voor me te zijn: ik merk dat ik de 3 uur op 't krukje (rugpijn!) wel kan missen. Helaas.
Laatst dacht ik de gulden middenweg te hebben gevonden_ wel gaan, maar niet de hele avond. Maar dat werkte maar één keer: ik moest de conciërge vragen het hek voor me te openen (we zitten dus opgesloten!). Hij vroeg me of ik wel aan 'de meester' had gevraagd of ik weg mocht. Nee, want ik wilde hem niet storen in zijn bespreking. Bovendien dacht ik dat we volwassen waren. Nou, dat had ik niet goed begrepen: dit was niet de bedoeling!
In de situatie waarin de samenstelling van de groep elke week anders is, omdat we meerdere keren per week mogen komen, en dat er geen les wordt gegeven, vond ik dit wel geoorloofd gedrag. Ik had het mis!
Bij hoge uitzondering liet hij me gaan. Dat werkt dus geen tweede keer!
Ik ga nog (minstens?) één keer terug, om mijn tekenpapier op te halen, dat we daar kunnen laten liggen. Maar verder?
Het plan is nu om de maandagavonden te gebruiken voor creativiteit thuis ... met camera, pen, potlood, houtskool of verf. De ezel staat klaar in mijn slaapkamer.
...
Vol enthousiasme had ik me bij het stadhuis aangemeld om dit jaar een modeltekencursus te gaan doen. Eerder had ik me al eens positief uitgelaten (ja, het gebeurt!) over het brede aanbod flink gesubsidieerde cursussen in Parijs. Ik zag hierin een kans om eindelijk eens meer, en regelmatiger, iets te doen met mijn creatieve aspiraties, want thuis komt er van dat soort ideeën altijd maar weinig terecht.
Maar tegenwoordig komt er ook van de georganiseerde aanpak niets terecht! En dit keer is het niet de schuld van de Fransen!

Blijkbaar zit ik niet op mijn plek bij deze 'cursus', want het aantal keren dat ik redenen vond om niet te gaan is aanzienlijk. Normaalgesproken ben ik behoorlijk plichtsgetrouw in dat ik, als men iets voor me organiseert en ik heb gezegd dat ik kom, ik kom. Maar bij deze cursus wordt geen les gegeven, het is meer een 'moment waarop je de gelegenheid krijgt een model na te tekenen' (vandaar mijn aanhalingstekens bij 'cursus'). Het is niet zo dat je iets hebt gemist als je niet bent geweest.
Dat is leuk als je al een stijl hebt ontwikkeld en je lekker met allerlei materialen aan de slag wilt en kunt. Maar, ik heb mijn talenten op dit vlak nog niet kunnen vinden, en word daarin ook niet gestuurd.
De 'klassikale instructies' van de 'docent' gaan niet veel verder dan 'tja, wat zal ik zeggen ... dit stuk is heel interessant, mooi. Dat niet, dat slaat nergens op, ik weet 't niet, tja, wat zal ik zeggen. Ga met díe stijl verder'.
Hoewel zijn instructies om je op het model te concentreren, de lijnen te voelen en niet na te denken over of het 'mooi' wordt wel erg nuttig is (maar moeilijk!), merk ik dat ik liever iest meer sturing had gehad, iets meer zou leren over hoe een menselijk lichaam te tekenen. Niet per se allemaal regeltjes over verhoudingen en hulplijnen, ik snap wel dat een tekening interessanter is als hij minder precies, met meer gevoel gemaakt is. Maar ik blijf het leuker vinden als je op mijn papier kunt zien wie of wat er op het podium heeft gestaan.
Dit blijkt het dus niet helemaal voor me te zijn: ik merk dat ik de 3 uur op 't krukje (rugpijn!) wel kan missen. Helaas.

Laatst dacht ik de gulden middenweg te hebben gevonden_ wel gaan, maar niet de hele avond. Maar dat werkte maar één keer: ik moest de conciërge vragen het hek voor me te openen (we zitten dus opgesloten!). Hij vroeg me of ik wel aan 'de meester' had gevraagd of ik weg mocht. Nee, want ik wilde hem niet storen in zijn bespreking. Bovendien dacht ik dat we volwassen waren. Nou, dat had ik niet goed begrepen: dit was niet de bedoeling!
In de situatie waarin de samenstelling van de groep elke week anders is, omdat we meerdere keren per week mogen komen, en dat er geen les wordt gegeven, vond ik dit wel geoorloofd gedrag. Ik had het mis!
Bij hoge uitzondering liet hij me gaan. Dat werkt dus geen tweede keer!
Ik ga nog (minstens?) één keer terug, om mijn tekenpapier op te halen, dat we daar kunnen laten liggen. Maar verder?
Het plan is nu om de maandagavonden te gebruiken voor creativiteit thuis ... met camera, pen, potlood, houtskool of verf. De ezel staat klaar in mijn slaapkamer.
...
Abonneren op:
Posts (Atom)




