vrijdag 14 oktober 2011

Travaux urgences, of: een tijdslijn

_rond 17.09.11: 's Avonds hoor ik een luid geluid op straat, alsof onder hoge druk stoom ergens uit ontsnapt, mogelijk in het gebouwtje dat bij het drinkwater-reservoir naast mij hoort. Wat later zie ik mannen in fluorescerende hesjes op straat discussiëren en later een gat in de weg boren.
_een tijdje niets.
_VRIJDAG 23.09.11: Er zijn hekken geplaatst om het kruispunt (waar het gat geboord was) af te zetten.
_De hekken veranderen vrijwel dagelijks van (com)positie.
_30.09.11: Er hangt een briefje van de
'Mairie de Paris' in de hal met de mededeling dat er op 23.09 hekken zijn geplaatst.
Voor wie het niet had gezien. En het is een aankondiging van 'travaux urgences', omdat er mogelijk een lek is in de waterleidingen.
_De hekken veranderen nu minder vaak, maar nog steeds regelmatig van (com)positie. Verkeer blijft gewoon door de straat rijden.
_ ...
_Op 13.10 is er nog steeds niets gebeurd.
_Het is nu 14.10. Gisteravond besloot ik dit op te schrijven. Vanochtend heeft een vrachtwagen nog meer hekken neergezet. Nu is het weekend.
_Na het weekend dan toch de urgente werkzaamheden?

Ik heb geprobeerd dit zo objectief mogelijk te brengen ...

17.10.11: Het vervolg: het moet gezegd: ze hebben hard gewerkt gisteren en vandaag. Een groot stuk straat is afgezet met 2m hoge hekken: hebben ze wat te verbergen? Dat er asbest-gevaar is staat gewoon aangegeven op de hekken, dus dat is het niet...
Nu een paar dagen pauze ivm de regen?
19.10.11: Bij nader inzien en -zoomen, zie ik een opmerkelijk wit tentje staan achterop de werkplaats. Ik concludeer dat het een asbestsluis is: van een asbestvrije naar een asbest-besmette ruimte (ik ken ze uit het gebouw waar ik werk!). Dat is misschien handig voor de werkmannen die daar hun witte pakken aan doen, maar ik zit een beetje met het feit dat de sluis van 'buitenlucht' naar 'buitenlucht' gaat. Ik hoop maar dat asbestdeeltjes niet naar 3-hoog dwarrelen, of over of tussen de hekken door ...



woensdag 5 oktober 2011

'Sometimes, ..., she wonders if what she believes to be a love of the written word is really just a fetish for stationary.'

David Nicholls | One day

De oplettende lezer lezer (of moet ik zeggen: de lezer met doorzettingsvermogen?) heeft misschien opgemerkt dat ik graag schrijf.
Dit uit zich niet alleen in mijn lange blogs en mails en (handgeschreven!) brieven; ik word mentaal actief van schrijven: echt letterlijk, met pen en papier bedoel ik. Als ik niet geconcentreerd ben en dat wel wil zijn, werkt het voor mij om te gaan schrijven. Dit kan zo simpel zijn als een boodschappenlijstje, (zo kritisch als een blog over het leven in Frankrijk,) of zo ingewikkeld als een wetenschappelijk artikel.
Ik denk sneller als ik schrijf. Als voorbeeld; ik heb zo'n beetje mijn hele proefschrift eerst op kladpapier geschreven. Dat lijkt misschien inefficient, maar zonder die stap staat het lang niet zo snel op de computer. Als ik schrijf komen de zinnen vrijwel direct goed op papier. Probeer ik hetzelfde te typen, dan duurt het langer en moet ik het vaker corrigeren (met e-mails blijkt het heel anders te werken: dan komt er genoeg als ik typ!). Kortom: ik denk via papier. Ik maak ook vaak aantekeningen tijdens (wetenschappelijk) lezen of luisteren. Niet omdat ik ze teruglees, maar dit blijkt voor mij een belangrijke stap in de richting van onthouden.
Ik denk er wel eens over na of ik op professionele manier iets met schrijven zou willen doen. Een veelgeroepen 'grap' of plan is 'als ik faal in de wetenschap, begin ik een tweede hands-boekwinkel en dan ga ik achter in de winkel populair wetenschappelijke artikelen zitten schrijven'. Maar misschien is het zonde om te wachten tot ik echt heb gefaald, als ik nu al zoveel energie uit schrijven haal.
Ik dacht dat het niet mogelijk of logisch was om het pad van de (populaire) wetenschapsjournalistiek te verkennen terwijl ik in Frankrijk woon. Serieuze cursussen vereisen regelmatig aanwezigheid in NL, en dat vind ik niet de bedoeling zolang ik hier woon. Mijn Engels is goed, maar ik besef dat ik niet het actieve vocabulair heb, met name ten aanzien van uitdrukkingen, om een artikel te schrijven zo smeuïg als in bijvoorbeeld de New Scientist. Ik concludeerde dat het makkelijker zou zijn als ik weer in mijn eigen taalgebied ben.
Maar opeens heb ik nu net twee artikeltjes gepubliceerd; één in het Engels, en één in het Frans! Niet direct populair wetenschappelijk, maar ook niet echt wetenschappelijk: beide voor een breder medisch/biologisch, maar minder specialistisch publiek.
De Franse heb ik eerst in het Engels geschreven, waarna mijn collega's het hebben vertaald. Dit is voor een blaadje voor medisch professionals verbonden aan het spierziekte fonds (AFM) dat mijn eerste onderzoeksbeurs beschikbaar stelde. Het gaat over wat er wel en nog niet bekend is over de genetische mechanismen onderliggend aan myotone dystrofie _ mijn onderwerp van onderzoek.
De Engelse staat op een website voor biologen, met korte artikelen over labtechnieken, carrière planning, geschiedenis van de biologie, etc: BitesizeBio.com. Via een emaillijst werd jonge schrijvers aangeboden een poging te wagen een arikel te schrijven, met waar nodig hulp van een professionele editor. Wie had het kunnen denken; mijn artikel mocht wat worden ingekort! Maar ze vonden het interessant en snel hebben we het kunnen inkorten en daarmee verbeteren. Een leuk proces!
Ik heb geschreven over de oorsprong van celkweek, een veelgebruikte techniek in medisch-biologisch onderzoek, en het leven van de arme, zwarte vrouw van wie in 1951 voor het eerst cellen van haar baarmoederhalskanker in kweek werden gebracht. Ik las hierover in een interessant boek: 'The immortal life of Henrietta Lacks' van Rebecca Skloot.
Het schrijven van beide artikeltjes vond ik een leuk proces: hopelijk blijkt dit later (als ik groot ben) het begin van een langere rij wetenschapsjournalistieke publicaties.