Met de einddatum van mijn contract hier in zicht en voorbereidingen voor een Amsterdamse toekomst in volle gang, is het aftellen in Parijs begonnen. Dat gaat gepaard met hernieuwde zin om cultureel gezien nog even alles (nou ja, zo veel mogelijk) uit Parijs te halen wat erin zit.
Ik heb nog een abonnement op zowel het fotografiemuseum als op Centre Pompidou; behalve naar de kunstcollecties en tijdelijke tentoonstellingen ga ik daar ook graag naar dansvoorstellingen of filmvertoningen. Er zijn nog andere musea met wisselende exposities die ik een tijd verwaarloosd heb, maar waar ik graag weer eens binnen loop. Qua theater (nu ik het dan toch eindelijk echt goed zou moeten kunnen volgen) en muziek is er ook altijd genoeg of eigenlijk veel te veel te doen.
De camera heb ik ook al te lang niet echt vastgehad, dus de oefening en ontwikkeling staat stil. Dus gewapend met de D7000 wil ik ook nog lekker gaan rondlopen, om weer eens vast te leggen wat me wél aan spreekt in deze stad. Of lelijke dingen mooi fotograferen, daar kan ik geen genoeg van krijgen.
Een beklimming van de Eiffeltoren of Tour Montparnasse (met het mooiste uitzicht van de stad, want dan staat dat lelijke jaren ’80 bruin-glazen gebouw er zelf tenminste niet op!) staat ook nog op het program, liefst tijdens het gouden uurtje/kwartiertje, als de zon de Hausmanniaanse appartementengebouwen mooi kleurt.
Genoeg zin en plannen dus, en daarmee automatisch ook een dosis energie.
Nu nog tijd.
Ik heb de afgelopen weken bijna alle avonden en weekenden besteed aan het lezen over MS en de bloed-hersenbarrière, om vervolgens een onderzoeksplan te schrijven, wat ik hopelijk vanaf september kan gaan uitvoeren aan de VU. Dat is leuk om te doen, maar veel werk. Na het uitwerken van de plannen, moet ik ze tzt in verschillende formats (meer of minder technisch geschreven) gieten in de verschillende aanvraagformulieren van alle fondsen die we willen aanschrijven. Bovendien dienen we niet overal hetzelfde projectvoorstel in; afhankelijk van het soort geldbron kijken we wat voor hen het meest relevant is om uit te zoeken. Vanaf nu is er ongeveer elke maand een deadline, dus ik kan nog niet helemaal achterover leunen. Ik denk wel dat de ergste drukte voorbij is, aangezien ik me nu aardig in het onderwerp heb ingelezen en de basiskennis nu wel ongeveer in mijn hoofd zit. Ik vind het enerverend om weer eens iets te kunnen schrijven dat met wetenschap te maken heeft.
Stimulerende bezigheden dus, maar ze interfereren wel met bovenstaande culturele plannen! Dus daar komt nog niet zoveel van terecht.
Het Institut Néerlandais doet af en toe zijn best om me achter mijn bureau vandaan te halen. Hun Cinéclub vertoont maandelijks Nederlandse films, vaak in aanwezigheid van de regisseur en/of acteurs/actrices. Ik heb laatste de documentaire ‘Ouwehoeren’ gezien, met naderhand gelegenheid tot vragen aan de twee regisseurs en de dames zelf. Vorige week werd ‘Black butterflies’ van Paula van der Oest vertoond, over het leven van dichteres Ingrid Jonker in Zuid-Afrika, in tijden van Apartheid. Paula van de Oest en Carice van Houten waren er ook. Ik stelde Carice een vraag, waarop ze haar schoenen met Paris-proof (dus pijnlijke) hakken uit trok __ ik concludeer dat ik haar op haar gemak heb gesteld!
Dit zijn leuke avonden, maar los daarvan staat het qua culturele consumptie behoorlijk stil. Als ik tussen werk en een afspraak wat tijd te overbruggen heb, zit ik graag in een café met een boek of mijn nieuwe e-reader (hier volgt een reclameboodschap: ideaal zo’n ding: slechts 168 gram maar 100-en boeken op zak! Prettig lezen, ook met 1 hand in een schommelende metro!). Het constante geroezemoes vormt een prettige achtergrondruis bij het lezen. Dat vind ik een leuke manier om de stad te ervaren.
Natuurlijk is het minstens zo leuk om met vrienden in een café te zitten, maar ik zit nu niet op mijn sociale hoogtepunt. Ik heb wel wat vrienden hier, maar de meesten zie ik niet erg vaak. Verder is de trend dat de leukste mensen het eerste weg gaan uit Parijs, onverminderd doorgezet. Ik vermaak me wel, maar ik zie om sociale redenen ook uit naar Amsterdam, waar ik nu de meeste vrienden heb wonen, dus waar het sociale leven weer wat gemakkelijker en levendiger wordt. Tegelijk moet ik zeggen dat ik het nu wel prima vind dat ik niet al te veel mensen hier ken die ik heel vaak wil zien, want dat zou frustrerend zijn in combinatie met al mijn werkactiviteiten.
Op de valreep hoop ik trouwens nog Franse wijnen echt te leren waarderen, door een maandelijkse wijnproeverij. De eerste keer was leuk, lekker en lastig: ik besefte dat er nog wel wat te leren valt ten aanzien van het herkennen en benoemen van geuren en smaken. Ik zou graag leren een goede ‘zurige’ wijn te onderscheiden van een slechte; veel Franse wijnen hebben iets zurigs dat ik associeer met goedkope wijn, maar dat is uiteraard vaak niet terecht. Maar aangezien de wijnproeverij niet focust op de vergelijking tussen goed en slecht, of duur en goedkoop, weet ik niet of mijn leerdoelstelling ga halen.
Verder is de gedachte bij me opgekomen om me voor vertrek toch nog een aantal grammaticale regels in ’t Frans beter eigen te maken… Ik weet dat als ik nu een grammaticaboekje erbij zou pakken, ik sommige constructies snel zou kunnen leren en toepassen. Maar ik doe het niet (geen excuus). Het boekje ligt klaar, nu nog even open slaan…
zaterdag 25 februari 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)
