woensdag 11 november 2009

Waarom dingen hier (niet) gebeuren zoals ze (niet) gebeuren

Ik betrap mezelf en anderen regelmatig op de aanname dat Frankrijk een even ontwikkeld en modern land is als NL. Dat blijkt een denkfout.

Het lezen van Marc Chavannes ‘Frankrijk achter de schermen’ (serie van NRC) geeft wat achtergrond bij waarom dingen hier (niet) gebeuren zoals ze (niet) gebeuren. Dat wil niet zeggen dat ik het begin te begrijpen …

Ik vind het leuk om te schrijven en jullie misschien om te lezen; dus ik besloot wat van Chavannes uiteenzettingen samen te vatten.

Ik was met name verbaasd over de enorme impact die het ambtenarenapparaat heeft op het dagelijkse Franse leven. Niet in de laatste plaats omdat 6 miljoen Fransen (~27% van de werkende bevolking, in NL is dit ~14%) bij de overheid werken en dit graag zo willen houden. Bijvoorbeeld in verband met het recht op een volledig pensioen na maximaal 37,5 jaar werken, waar in de privésector 40 jaar gewerkt moet worden voor een (minder) vol pensioen. De aanstelling voor het leven is voor veel ambtenaren een gekoesterd privilege. Erg hard hoeven ze daar niet voor te werken: een intern rapport van de spoorwegen beschreef dat een kwart van de werktijd wordt gepauzeerd. Conducteurs hebben maar 3 uur per dag contact met het publiek; de rest van de tijd kunnen ze daar geestelijk van bijkomen en is voor compensatie voor de tijd van huis. Dit neemt niet weg dat de spoorwegen in 1998 40% van alle stakingsdagen voor haar rekening nam. Een beruchte staking van de spoorwegen was 2 jaar geleden: een maand lang (!!) opereerden ze op zeer laag en onvoorspelbaar niveau.

De felbegeerde overheidsfuncties worden bemachtigd door een examen te doen; ooit ingevoerd om iedereen gelijke kansen te bieden. Als je dan die baan met alle voorrechten hebt, zet je die zekerheid (het salaris is niet heel hoog) niet graag op het spel. Dus geen riskante beslissingen nemen – dat is meer iets voor de baas.
Dat verklaart misschien waarom mensen achter loketten hier erg passief in hun werk lijken te staan – servicegericht denken lijkt niet de prioriteit.

Pogingen tot veranderingen in het systeem komen maar moeilijk van de grond; ambtenarenbonden voorkomen vakkundig dat de 40% van de rijksbegroting die aan ambtenarensalarissen en –pensioenen wordt uitgegeven, wordt verlaagd. Nu de babyboomers bijna met pensioen gaan, is het overduidelijk dat de kosten van de pensioenen een onbetaalbaar probleem vormen, in een land waar men niet spaart voor het eigen pensioen. Hoewel de feiten voor zich spreken, is het nog niemand gelukt om maatregelen door te voeren.

Zelfs relatief kleine moderniseringen worden tegengewerkt; er volgt al snel een staking. Een rake opmerking in het boek vond ik dat stakingen in Frankrijk geen uiterst middel is, maar een eerste waarschuwing. Gezien het enorme aantal ambtenaren, is het voor politici van levensbelang hen niet teveel tegen de haren in te strijken; dit kiezersblok heeft ongetwijfeld een remmende werking op de ambitie tot modernisering.

Hoewel de conflictcultuur (vakbonden tegen de overheid) in het boek verklaard wordt als een overblijfsel van de Revolutie, wordt voorzichtig een verandering richting overleg en samenwerking met andere partijen dan de staat geobserveerd. Maar over het algemeen blijft de tendens om de eigen Franse stijl en economie te beschermen. Het is niet de bedoeling dat andere landen Frankrijk vertellen hoe dingen aan te pakken. Vandaar dat pogingen tot harmonisering van de Europese markt nogal eens stuklopen op Franse aarzeling. Iemand vertelde me dat het door de staat in stand gehouden gebrek aan openheid op de Franse internetmarkt de oorzaak is van slechte internetvoorzieningen. Ontwikkeling van netwerken (snelle kabels in de grond) en services als Internetbankieren (gebruik van chequeboekjes is nog erg gangbaar!) liggen achter bij andere landen. Het feit dat ze eerst Internet wilden negeren en vast wilden houden aan Minitel (Franse combinatie tussen teletekst en Internet) heeft hier misschien mee te maken.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit gebaseerd is op Marc Chavannes boek uit 2000. Maar gezien het voorgaande is er weinig kans dat het sindsdien opeens sterk verander is …

’t Is een lang verhaal, maar hopelijk interessant voor sommigen. Deze cultuur blijft me verbazen.

dinsdag 3 november 2009

Plateaufase bereikt

Regelmatig vragen mensen 'en hoe is het nu met je Frans?' Helaas kan ik dan niet meer overtuigend antwoorden dat ik erg snel leer ...
Ik herken nu goed de afgekorte en ingeslikte versies en zinsconstructies waar ze hier zo dol op zijn - en dat gaat verder dan de 'ne' van 'ne ... pas' stelselmatig negeren. Een voorbeeld: van 'ik weet het niet' leerden wij ooit dat je 'je ne sais pas' (4 lettergrepen) moet zeggen. Nu dacht je misschien dat het al best Frans klinkt als je 'zj'n sais pas' zegt. Maar 't kan Franser: 't is namelijk in de praktijk maar 2 lettergrepen: 'zjee pa'.
(ik heb nog even gedacht dat het van 'j'ai pas d'idee' kwam, maar dat is niet zo - de taalfanaat in mij heeft 't maar druk met het steeds overwegen van alle mogelijkheden)

Het begrip is dus inmiddels behoorlijk op niveau, ook steeds meer in de 'echte wereld', waar mensen niet
zoals in het lab voor me afremmen. Maar voorlopig krijg ik het nog niet zo snel (en dat de woorden vloeiend in elkaar overlopen) uit mijn mond.
Ik doe trouwens wel mee met het weglaten van de 'ne' (van de eerdergenoemde 'ne ... pas') in spreektaal. De taalpurist in mij houdt zich in 't Frans afzijdig...

Grappig/raar: de Franse spreekstijl is heel tegenstrijdig: aan de ene kant spreken ze alles dus zo kort mogelijk uit, maar tegelijkertijd maken ze hun zinnen extra en onnodig lang door het toevoegen van minstens 1 stop-/voegwoordje (in feite, eigenlijk, in principe, normaalgesproken, hoedanook, ...) dat aan de betekenis bijzonder weinig toevoegt. Ook gebruiken ze liever 'dure' woorden dan simpele, duidelijke taal.

Mijn sociale leven voltrekt zich nog met name in het Engels (buiten het werk kom je met vrijwel alleen met andere buitenlanders in contact). Dat vind ik prima; ik vind mezelf leuker in het Engels (/NLs); in 't Frans ben ik wat trager ... en da's nie wat voor me!